Gard Vermeulen stuurt ons zijn verhaal van uit Nepal

Van bruisend leven naar rustige natuur.

Drie dagen geleden ben ik de grens overgestoken van India naar Nepal, de plotse overgang van kleurig stadsleven naar een groen natuurpark, van het drukke, luidruchtige Varanasi (vroeger: Benares) naar het stille Chitwan.

Varanasi is de droom van elke gelovige Hindu, de heiligste plaats van hun godsdienst en de aardse deur naar het Nirwana, hun hemel voorbij de dood. De stad stikt in de bedevaarders, de toeristen, de kooplui, de passanten en al de lokale mensen die de eersten helpen te overleven. Met twee tot drie miljoen zijn ze en wringen ze zich allen tegelijk, samen met de heilige koeien, door de veel te nauwe straatjes en in de duizenden winkeltjes. In vergelijking is een mierennest een strak georganiseerde samenleving.

Acht van elke tien Indiërs belijden het Hindu-geloof. Zij kennen duizenden goden, waarvan drie er bovenuit torenen: Brahma, schepper van de kosmos en oppergod, Vishnoe de bewaarder en operator van de wereld, en Shiva de vernietiger ervan. Gek dat de hoofdgod nauwelijks vereerders telt! Daarnaast vereren sommigen nog andere goden. Ik noem alleen Ganesh, de god van het gelukkig toeval en de beschermer van de reizigers.

Varanasi is de stad aan Shiva toegewijd. Langs de Ganges lopen kilometerlange trappen naar rivier af. Dat zijn de Ghats. De grote paleizen of tempels of hotels of privé-huizen die er bovenuit torenen zijn eigenaars van die trappen en richten er in wat zij willen. Bij de tempels is dat een avondritueel, een mooie, kleurrijke, muzikale en geurige choreografie van priesters als dank voor de dag aan Shiva.

Overdag zitten in de omgeving saddhoe’s, mannen die zichzelf heilig verklaren. Sommigen zijn echte godzoekers, anderen zijn verklede bedelaars, verlate hippies, of vredelievende westerlingen.

‘s Morgens komen de gelovigen onderaan de trappen baden in de Ganges. Zo heiligt men zichzelf. Maar of het lichaam rein wordt van dit heilige water waarin riolen uitmonden, de lakens van hospitalen gewassen worden, de overledenen aan een besmettelijke ziekte gedumpt worden, dierenkrengen opgezwollen liggen te rotten, duizenden watervogels hun behoefte doen? Mijn wetenschappelijke geest betwijfelt dit ten sterkste, maar ik heb ook mensen van dit water zien drinken.

Twee van de tientallen ghats zijn voorbehouden voor de crematies. Als iemand overlijdt komt de familie zo haast mogelijk samen. Met de mobiele telefoon is dat meestal binnen enkele uren. Het lichaam wordt dan meteen naar de ghat gedragen en in de rivier gedompeld om gereinigd te worden, zowel lichamelijk als geestelijk. Terwijl men de administratie afhandelt, de crematie regelt, het hout koopt en stapelt, kunnen lichaam en kleren weer opdrogen. De oudste zoon ontvangt met een rietbussel het heilig vuur van Shiva uit de tempel, wandelt vijfmaal rond het lichaam en steekt dan de brandstapel aan. Drie uur later is alles verteerd en neemt de oudste zoon met een aarden kruik water uit de Ganges, giet dat over de as en breekt de kruik stuk als symbool van de breuk tussen de dode en de levende familie. Hier respecteert men het verdriet en is fotograferen verboden. De foto hierbij is van op grote afstand genomen.

De heilige koe is geen god, maar wel een vereerd en gerespecteerd symbool. Ze wordt erkend als de oorsprong van alle leven. Ze geeft melk en ruimt afval en vuiligheid op, maar deponeert er evenveel in de plaats. De loslopende dieren zijn een angstwekkend probleem in een drukke stad, maar niemand mag hen doden. Er is zelfs een wet in de maak die de doodstraf toebedeelt aan wie een koe (inbegrepen stier of kalf) doodt, bedoeld of per ongeluk. De bisschoppen waarschuwen dat deze wet gericht is tegen de minderheden: moslims, christenen, heidenen en nog een aantal anderen. De huidige regering is inderdaad fundamentalistisch Hindoe-gelovig. Om de grote steden een beetje meer leefbaar te maken zijn er vele koeien opgepakt en naar het platteland overgebracht. Andere runderen worden geteeld op boerderijen, geven melk, boter, kaas, yoghurt, lassi, enzovoort. Ze blijven op het erf tot ze van ouderdom dood vallen.

Naast de grote meerderheid Hindoes leven er vijftien procent moslims in dit land, Sikhs, Jaïns en twee procent christenen. Al staan individuele hindoes niet vijandig tegenover hun moslim-buren en -collega’s, er is toch stevige weerstand tegen “de moslims”, die bekeken worden als geheime steunpilaren van aartsvijand Pakistan aan de westkant en Bangladesh aan de oostkant, beiden vurige Islamstaten. Ik zei het hierboven al: minderheden worden hier stiekem gepest, vervolgd, met de dood bedreigd en uitgedreven. Ook de katholieke kerk lijdt hieronder: kerken worden geplunderd en afgebrand, aanslagen uitgevoerd op misvieringen, enzovoort.

Nu reis ik nog een weekje door Nepal. Hier biedt het leven veel minder economische kansen, en is het er van de weeromstuit veel rustiger.

Gisteren heb ik met een gids vier uur door het nationaal park gewandeld, daarna er met een jeep doorheen gereden. Een wilde olifant “Ronaldo” stak de weg over en poseerde even, moeder en kind neushoorn zochten voedsel in het struikgewas naast de weg,

krokodillen warmden zich op in de zon op het strand, slangenarenden keken toe, makakken speelden voor clown, enkele ijsvogels snelden voorbij, aalscholvers spreidden hun vleugels om ze te drogen. De tijger miste ik op een haartje (Een halve minuut later zag men hem wel.)

Morgen reis ik verder naar Pokhara om er de Himalaya in de omgeving van de Annapurna te bewonderen en dan nog enkele dagen naar de hoofdstad. Daar heb ik een afspraak met de familie. Weldra ben ik weer thuis.

Ondertussen wens ik je nu al een zalig Kerstfeest. Hou de nieuwjaarsdagen veilig.

 

Gard