Reisverslag SRI LANKA

Trincomalee, 25 februari 2018

Goede morgen vanuit Sri Lanka.

Als je niet zou weten waar dat is, en je atlas nog zoek is: dit is het eiland dat als een grote diamant, of als een traan, naast Zuid-India uit de oceaan opduikt. Beide vergelijkingen zijn realiteit: het land puilt uit van de edelstenen en is redelijk welvarend, maar het heeft ook een pijnlijk dramatische geschiedenis achter de rug.

De oudste bewoners, de Vedda, zijn bijna helemaal verdwenen. Ongeveer zeshonderd jaar voor Christus arriveerden een grote groep Singalezen uit Noord-India. Zijn konden over een droge landstrook stappen die toen nog het eiland verbond met India. Die landbrug is ondertussen onder water gelopen en die Singalezen hebben heel het eiland ingenomen.

Driehonderd jaar later hebben ze zich bekeerd van het Hindoeisme naar het Boeddhisme. Volgens het verhaal was dat onder invloed van prins Mahindra, de zoon van keizer Ashoke van India. Tegelijk werd de stad Anuradhapura het machtigste koninkrijk van het eiland en bleef de hoofdstad voor duizend vijfhonderd jaar.

Maar geleidelijk en eeuwenlang kwamen er ook vele, vele Tamil uit Zuid-India. Zij vestigden zich in het noorden van het eiland en bleven vrome Hindoes. Nu maken ze ongeveer twintig procent uit van de bevolking. Terloops: Sri Lanka is ongeveer tweemaal zo groot als België en heeft ongeveer tweemaal zo veel inwoners.

Er is altijd wel wat inwendige strijd geweest en de hoofdstad heeft zich vaak verplaatst: van Anuradhapura over Polonaruwa, Kandy en de koloniale hoofdsteden naar Kotte sinds de onafhankelijkheid.

Bij het begin van de zestiende eeuw kwamen de Portugezen er aan. Zij bouwden enkele handelsposten langs de kusten omwille van de kaneel. Die groeide hier in overvloed en kon heel duur verkocht worden in Europa. Daar was immers weinig zout of kruiden en dit bracht smaak in het eten! De Portugezen, vurige katholieken, bekeerden heel wat inlanders zodat je nu overal kerken vindt. Zeven procent is nu katholiek. Toen de paus hier vier jaar geleden op bedevaart kwam, had hij tweemaal een half miljoen aanwezigen bij de misvieringen. Het moet gezegd: de geloofsbelijdenissen lopen hier wel wat door mekaar: boeddhisten lopen binnen in de hindoetempels, katholieken bezoeken boeddhistische heiligdommen of hindoes wonen katholieke erediensten bij. Alleen de Moslims houden zich strikt afgezonderd.

Na de Portugezen, kwamen de Nederlanders van de Verenigde Oost-Indie Coompanie (VOC) Zij namen de hele kuststreek in rondom het eiland. Zij waren vurige Calvinisten en zij vervolgden een tijdje de katholieken. Zij bouwden ook enkele forten op de kust, niet om zich te verdedigen tegen de inlanders waarmee ze zaken deden maar om hun andere handelsroutes over zee te verdedigen.

Bij het einde van de achttiende eeuw werden ze verdreven door de Engelsen. Die probeerden ook het binnenland te veroveren. Dat is hun uiteindelijk gelukt na veel strijd en opofferingen, want het Kandy-rijk verschool zich in de bergen, in een tropisch oerwoud. De Britten onteigenden gronden en startten met koffieplantages. Een plantenziekte stelde er een einde aan. Toen probeerden zij met thee, en zie, dat lukte wonderwel. Nog steeds is Ceylonthee (Ceylon is de koloniale naam voor dit eiland) geroemd als een van de beste thee’s. Maar de Singalezen wilden geen slavenwerk doen op de Britse plantages. Daarom brachten de Engelsen Tamil-vrouwkracht als pluksters uit Zuid-India naar de velden in de centrale bergen. De twee groepen Tamil in het land hebben geen verband met elkaar.

De kolonisten bevorderden echter de noordelijke Tamil met beter onderwijs, betere postjes, voordeliger handelsrelaties enzovoort. Als het land in 1948 onafhankelijk wordt, weegt de getalsterkte van de Singalezen (80 % van de bevolking) demokratisch door. Plots zijn de postjes, enzovoort van de Tamil weg en er groeit onrust, meestal vreedzaam. Eén enkele organisatie, de Tamil-tijgers, kiest voor sluipend geweld. Deze situatie doet me sterk denken aan de problemen in Rwanda met Hutu en Tutsi, die tot de genocide geleid heeft.

De regering van overtuigde boeddhistische Singalezen stuurt politie naar het noordelijk gebied en op een nacht worden twaalf van hen in hun slaap afgemaakt. Er volgen drie dagen van wraak, brandstichting en lynchpartijenn in heel het land. De politie en de regering laten betijen.

Dan volgen er jaren van burgeroorlog, blokkades, economische wurging en zo meer. Tot na de aanslagen in New York (nine-eleven) de bankrekeningen van de Tamil Tijgers in het buitenland geblokkeerd werden. In de hardste maffia-stijl persten ze de Tamils af die het geweld ontvlucht waren. Na 2001 hadden  de rebellen plots veel minder inkomsten en verzwakte hun slagkracht.

De eindstrijd kwam in 2009 toen de twee legers naar mekaar toe marcheerden met tussen hen in tienduizend ongewapende, weerloze burgers. Vele duizende doden vielen en nog veel meer gekwetsten, naast de militaire slachtoffers. Want vele strijders waren gedwongen tot vechten, eerder dan overtuigden.

Een zucht van opluchting, een kreet van blijdschap ging door het hele land, niet om de overwinning of de nederlaag, maar om het einde van het geweld. En het moet gezegd: de centrale regering doet sindsdien sterk haar best met de wederopbouw. Ik ben nu in het oorlogsgebied van tien jaar geleden en er is niet echt veel oorlogsschade meer te zien. De wegen worden verbeterd, een nieuwe treinverbinding aangelegd, er is electricteit en drinkwater, de elektronische communicatie is vrijwel perfect.

Inderdaad, Ceylon, Sri Lanka, een dikke traan en een grote diamant.

Ik merk dat ik nog niets gezegd heb over mijn persoonlijke ervaringen maar dat laat ik voor een volgende keer. Hierbij zet ik de foto’s van een Boeddhistische stoepa, een Hindoe gopuram en een katholieke kathedraal.

—————–

F4427 F G en H 10.jpg hier plaatsen


Groetjes.

Gard