Het kruim van de boerenstand in Korbeek-Dijle in de 19de eeuw

1 . Uit het familiearchief van (Joannes) Josephus Coeckelberghs

Wie was Josephus (Jef) Coeckelberghs?

Josephus Coeckelberghs (°Neerijse 1805 / +Korb.D. 1881) was de zoon van Franciscus Coeckelberghs (°Korb.D. 1774 / +Korb.D. 1848) en Maria Catharina Vandenbosch (°Neerijse 1770 / +Korb.D. 1850).
Zijn grootvader Engelbertus Coeckelberghs (° 1739) kwam van Egenhoven, van het Hof van Rotspoel, en trouwde te Korbeek-Dijle met Maria Theresia Van Kildonck (°Korb.D. 1742 / +Korb.D. 1816).
Engelbertus’ “Hof van Coeckelberghs”, op de plaats van de huidige koiwinkel El Patio, behoorde voordien waarschijnlijk toe aan de Van Kildonck’s, zijn schoonfamilie. Dit leid ik af uit de Atlas van de Buurtwegen.
In de Atlas van de Buurtwegen (1845) behoort het domein van het Hof van Coeckelberghs, met inbegrip van het huidige domein van Frans Goovaerts, toe aan Franciscus Coeckelberghs, en het huidige domein van Guy De Coker en Hilde Velghe behoorde toe aan een weduwe Van Kildonck. De grond langs de Nijvelsebaan tussen de Twee Kantjes tot en met het vroegere domein van Jan Van Caudenberg behoorde toe aan Franciscus Coeckelberghs terwijl het domein ernaast, meer de Ruwaalstraat in, toebehoorde aan Guillaume Van Kildonck. Dit wijst op een verdeling van oorspronkelijke Van Kildonckeigendommen tussen Coeckelberghs en Van Kildonck of anders gezegd tussen kinderen Van Kildonck.

De huwelijken van Josephus Coeckelberghs:


Op 16.4.1837 overlijdt zijn derde dochtertje, 6 dagen oud, en op 27.4.1837 zijn eerste vrouw, 17 dagen na de geboorte van haar derde kind. Josephus blijft achter met twee dochtertjes van respectievelijk 3 jaar en 5 maanden en 1 jaar en 5 maanden.

Maar het leven gaat verder. Op 17 juni 1837 legt Josephus Coeckelberghs de eed af als gemeenteraadslid onder burgemeester Josephus Abts (burgemeester van 1836 tot 1842). Na de verkiezingen van 1839 wordt hij tot schepen benoemd bij koninklijk besluit van 13 januari 1840.

En op 10.11.1842 hertrouwt de 37-jarige Josephus Coeckelberghs met een dochter van zijn overburen, de 28-jarige Maria Theresia Bruffaerts, reeds moeder van een zoontje van 1 jaar en 8 maanden, dat door Josephus wordt erkend. Samen krijgen zij nog tien kinderen waarvan er vijf volwassen werden.

Onder burgemeester Remi Prosper Honnorez (burgemeester van 1843 tot 1872) was hij als schepen ook ambtenaar van de burgerlijke stand van 1843 tot 1856. Op 24 januari 1850 wordt hij daarenboven gekozen tot lid van het Bureel van Weldadigheid.
Na de verkiezingen van 1872 en het overlijden van burgemeester Remi Prosper Honnorez stopt Josephus Coeckelberghs als gemeenteraadslid en schepen, na meer dan 35 jaar onafgebroken politieke activiteit, waarvan 33 jaar als schepen.

Bij de verkiezingen van eind 1884 wordt Eduard Coeckelberghs (1855-1943), een zoon van Josephus, tot gemeenteraadslid verkozen. Maar bij de verkiezingen van 19.10.1890 komt zijn oudere broer Theophiel (1850-1916) in zijn plaats. Na de verkiezingen van 17.11.1895 wordt Theophiel Coeckelberghs schepen en hij blijft het tot eind 1903, wanneer hij ook uit de gemeenteraad verdwijnt. Het einde van de Coeckelberghs’en in de politiek.

Het boerenleven van Jef Coeckelberghs

 Op 30.6.1842 kocht vader Franciscus Coeckelberghs voor hemzelf en voor zijn zoon Jef, ieder voor de helft, een perceel land van 68a 85ca in het Overhoutveld te Korbeek-Dijle voor de prijs van 2.320 fr. Prijs per ha: 3.370 fr.

De verkoopster was Louisa Isabella Joanna Eugenia Goubau, echtgenote van Petrus Franciscus Godefridus de Fraye de Schiplaeken, gehuisvest te Brussel. Zij was een achternicht van Julia Goubau, de stammoeder van de Honnorez’s.

Deze koop was maar één van de twaalf percelen aangeboden door verkoopster Goubau. Een ander perceel, van 47a 50ca op de Zevenbunders, werd gekocht door Franciscus Ludovicus Mommaerts van het Hof van Overbist.

Op 10.9.1842 koopt vader Franciscus Coeckelberghs 2ha 83a 63ca land op de Kareeloven en in de Groebbestraat te Korbeek-Dijle voor de prijs van 9.650 fr.  Prijs per ha: 3.402 fr.

De verkoper is Edouard de Salomon de Friedberg, zoon van Wilhelmina Goubau, een nicht van Julia Goubau.

Uit deze twee verkopen blijkt nog maar eens dat de Goubau’s veel eigendommen hadden verworven in Korbeek-Dijle, zowel vóór als na de Franse Revolutie.

De Goubau’s waren eigenaar van het kasteel van Korbeek-Dijle (gebouwd rond 1750), van het huis waar nu Nicole Honnorez en Luc Cambier wonen (gebouwd op het einde van de jaren 1700) en waarschijnlijk ook van de Voorburg (gebouwd in 1738). Op 11.7.1808 kocht Ambrosius Goubau als “zwart goed” (kerkelijk goed aangeslagen door de Fransen na de Franse Revolutie) het Hof van Luezenborg samen met 31ha 13a land voor de prijs van 38.000 fr. In 1810 bouwde hij op de plaats van Luezenborg een nieuwe boerderij, Blyenberg.

De verkochte goederen in 1842 maakten geen deel uit van de 31ha 13a van Ambrosius Goubau, wiens eigendommen volledig naar zijn dochter Julia Goubau en de Honnorez’s zijn gegaan.

Op 21.5.1848 overlijdt vader Franciscus Coeckelberghs en op 14.5.1850 zijn vrouw Maria Catharina Vandenbosch.

Op 30.12.1850 kopen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, ieder voor de helft, 21a 80ca gelegen in het dorp te Korbeek-Dijle voor de prijs van 800 fr. Prijs per ha: 3.670 fr. Verkoopster is Francisca Coeckelberghs (°1771), weduwe van Guilielmus Van Kildonck, een tante van Josephus en Joanna Maria Coeckelberghs. Er was nóg een zus van hun vader, Clara Coeckelberghs (°1777) die getrouwd was met Henricus Van Der Stappen uit Leefdaal.

Op 29.8.1853 koopt Josephus Coeckelberghs 70a 81ca land in het Overhoutveld voor 3.764 fr. Prijs per ha: 5.316 fr, een sterke stijging van de prijs ten opzichte van de vorige kopen in 1842 en 1850.

Opvallende bepaling uit deze en andere aankoopaktes: “De betaling zal moeten gebeuren in metallieke geldspeciën in dit rijk gangbaar en geenszins in biljetten of papieren munten binnen de twee dagen na de verkoping in de handen en ten kantore van de ondergetekende notaris, Zwaluwstraat 12 te Brussel.”

Op 13.6.1856 verdelen Josephus Coeckelberghs en zijn zus Joanna Maria, echtgenote van Franciscus Goovaerts (stamvader “Volles”) de roerende goederen (meubelen, akkerbouwgerief, beesten, granen op zolder en te velde, beddegoed, kleedsel en lijnwaad) en de schulden van hun ouders:

– roerende goederen ter waarde van: 8.701,50 fr

– schulden ten belope van: 4.866,56 fr waarvan 2.304,06 fr toekomt aan de twee kinderen van Josephus uit zijn eerste huwelijk.

Als zuiver actief blijft er over: 8.701,50 – 4.866,56 = 3.834,94 fr, of 1.917,47 fr voor elk van beiden. Josephus krijgt daarenboven de 2.304,06 fr toekomende aan zijn genoemde kinderen. De afrekening gebeurt in geldspeciën of materialen.

 Op 17.2.1862 verdelen Hermanus Bruffaerts en Maria Ludovica Haine hun onroerend goed onder hun kinderen: Franciscus Bruffaerts, Maria Theresia Bruffaerts (de tweede echtgenote van Josephus Coeckelberghs) en Anna Maria Bruffaerts (echtgenote van Philippus Penninckx). Philippus Penninckx (1804-1876) woonde met zijn groot gezin op de plaats waar Ciske Sik (alias den Baron) gewoond heeft plus de plaats waar nu Pol Vanderveken woont plus de erachter liggende gronden tot tegen de Nijvelsebaan.

Het onroerend goed van de Bruffaerts’en bestond uit een huis met schuur, stallen en andere aanhorigheden op een perceel van 58a 41ca gelegen langs de Nijvelsebaan tussen de Hollestraat en de Twee Kantjesstraat.

Franciscus krijgt de boerderij op een perceel van 20a 80ca op de hoek van de Hollestraat en de Nijvelsebaan, Anna Maria een perceel land erachter parallel met de Nijvelsebaan van 19a 80ca en Maria Theresia een perceel land langs de Nijvelsebaan tot tegen de Twee Kantjesstraat van 17a 80ca. Franciscus moet aan elk van zijn zussen 500 fr opgeld betalen.

De drie partijen verklaren voorafgaandelijk gedeeld te hebben meubelen, beesten, granen en gelden van de nalatenschap.

Op 2.6.1876 verkoopt Maria Theresia Bruffaerts, echtgenote van Josephus Coeckelberghs, aan haar broer Franciscus 3a 24ca van het land dat zij bekomen had bij de verdeling van 17.2.1862, voor de prijs van 200 fr. Prijs per ha: 6.173 fr.

Op 13.7.1877 sluit Josephus Coeckelberghs een huurovereenkomst met Augustus Carolus Baron d’Overschie, grondeigenaar wonende te Brussel in de Zinnerstraat nr 2, voor het huren van 7ha 28a 60ca land gelegen onder Leefdaal, voor 9 jaar, van 30 november 1877 tot 30 november 1886, voor de prijs van 800 fr per jaar. Pachtprijs per ha: 109,80 fr. Gerekend aan ongeveer 5.000 fr koopprijs per ha gaf de pachtprijs dus een rendement van ongeveer 2 %. Geen bijzonder hoog rendement, wat verklaart waarom veel grondeigenaars toen overstapten naar industriële beleggingen.

Op 25.4.1881 overlijdt Josephus Coeckelberghs.

Op 11.6.1883 is er de deling tussen Maria Theresia Bruffaerts, weduwe van Josephus Coeckelberghs, en de acht kinderen van Josephus: twee uit zijn eerste huwelijk en zes uit zijn tweede huwelijk, het voorkind van Maria Theresia inbegrepen.

De massa der goederen afhangende van de gemeenschap beliep 5ha 35a 04ca met een waarde van 29.170 fr of 5.452 fr per ha. De helft komt toe aan Maria Theresia Bruffaerts, de andere helft aan de acht kinderen.

De massa der goederen voortkomende van de persoonlijke nalatenschap van Josephus Coeckelberghs was:

– een hoeve op 64a 38ca ter waarde van 8.166 fr (aan de prijs per ha hierna moet de hoeve zelf geschat zijn op 4.500 fr)

– 1ha 82a 05ca land ter waarde van 10.365 fr of 5.693 fr per ha.

Maria Theresia erft: 29.170/2 =14.585 fr.

Elk der acht kinderen erven: (29.170/2 + 8.166 + 10.365)/8  = 4.139,50 fr.

In 1886 is er de hernieuwing van de huurovereenkomst van 13.7.1877 voor de periode van 30 november 1886 tot 31 december 1895. De ondertekenaars zijn nu:

– voor Coeckelberghs: de oudste zoon van Josephus, Joannes Franciscus Coeckelberghs (in feite het voorkind van Maria Theresia Bruffaerts)

– voor d’Overschie: de erfgenamen van Augustus Carolus baron d’Overschie, nl. de juffrouwen baronessen d’Overschie verblijvende te Grimbergen.

De oppervlakte is nu 1 ha minder (6ha 28a 60ca) en de jaarlijkse pachtprijs is 100 fr lager, nl. 700 fr.

Op 10.9.1888 koopt zoon Theophiel Coeckelberghs uit de nalatenschap van zijn tante Anna Maria Bruffaerts, weduwe van Philippus Penninckx:

– voor Maria Theresia Bruffaerts, zijn moeder, 14a 35 ca land voor 700 fr. Prijs per ha: 4.878 fr

– voor Joannes Franciscus Bruffaerts, zijn oom, 6a land voor 300 fr. Prijs per ha: 5.000 fr.

Op 25.12.1895 overlijdt Maria Theresia Bruffaerts.

In de herfst van 1897 overlijdt de jongste zoon van Josephus Coeckelberghs, Carolus, door een val uit een appelboom. Hij was 40 jaar en ongehuwd.

2 . Het oud Korbeeks boerengeslacht Mommaerts

In de jaren 1600 en 1700 waren de Van Kildonck’s, de Boogaerts’en en vooral de Mommaerts’en de toonaangevende boerengeslachten in Korbeek-Dijle. De Mommaerts’en hebben het nog volgehouden tot in de jaren 1800 en 1900.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 22.10.1830 werd Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) verkozen tot schepen onder burgemeester Carolus De Coster (burgemeester van 1830 tot 1836).

Op 31.10.1835 huwde Carolus De Coster met Maria Theresia Mommaerts, een dochter van Franciscus Ludovicus.

In 1836 kwam er voor beiden een einde aan hun mandaat als burgemeester en schepen.

Op de gemeenteraad van 28.2.1837 werd Franciscus Ludovicus herbenoemd tot lid van het Bureel van Weldadigheid. Hij was er lid van sinds 1819 en bleef lid tot aan zijn dood in 1844.

Een hoogtepunt in de evolutie van de Mommaerts’en was de aankoop door Franciscus Ludovicus en zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster (1778-1846) injuni 1839van het Hof van Overbist aan de Veeweide, samen met de omringende grond tot tegen de Putstraat en een perceel land in de Lazendel, in totaal 4ha 31a 04ca, voor de prijs van 15.000 fr. Zij kochten dat alles van hun schoonzoon Carolus De Coster (1800-1841).

Franciscus Ludovicus Mommaerts was nu eigenaar van zijn boerderij wat zijn voorvaderen niet konden zeggen. Zij waren pachters van hun hoeve. Ook Franciscus Ludovicus was nog pachter geweest van het Hof van Luezenborg-Blyenberg.

Luezenborg was in 1810 afgebroken door Ambrosius Goubau en vervangen door de hoeve Blyenberg.

De ouders van Franciscus Ludovicus, ook pachters van Luezenborg, Petrus Mommaerts (1730-1779) en Catharina Elisabeth Coeckelberghs (1732/+ na 1797) waren het eerste koppel Mommaerts-Coeckelberghs in Korbeek-Dijle. Catharina Elisabeth was de zus van Engelbert Coeckelberghs, grootvader van Josephus Coeckelberghs. Zij kwamen van het Hof van Rotspoel in Egenhoven.

Nadien volgden nog Josephus Coeckelberghs in zijn eerste huwelijk met Maria Catharina Mommaerts, de oudste dochter van Franciscus Ludovicus, en nog later Josephus Mommaerts met Mathilde Coeckelberghs, dochter van Josephus.

Op 15.3.1844 overleed Franciscus Ludovicus Mommaerts en op 24.12.1846 zijn vrouw Maria Elisabeth Decoster.

Op 3.3.1851 werden hun onroerende goederen verdeeld onder hun 8 overlevende kinderen en de twee kinderen van hun overleden dochter:

1 . Philippus Mommaerts (Fluppes), landbouwer en herbergier te Korbeek-Dijle, vader van de latere burgemeester van Korbeek-Dijle, Soeë va Fluppes. Hij bouwde rond 1840 het huis waar nu Erik De Smedt en Sabine Cocquyt wonen.

2 . Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses), landbouwer te Korbeek-Dijle, vader van Jef va Jan Cisses (x Mathilde Coeckelberghs). Jan Cisses had zijn boerderij op de hoek van de Nijvelsebaan en de Kleinebroekstraat.

3 . Josephus Franciscus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle

4 . Joannes Baptiste Mommaerts, landbouwer te Bertem

5 . Maria Theresia Mommaerts, weduwe van Carolus De Coster, landbouwster te Korbeek-Dijle, oprichtster van het kapelletje aan de Veeweide

6 . Joannes Albertus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, stamvader van de kantonniers Mommaerts en de Maginelle’s

7 . Maria Coleta Mommaerts, weduwe van koster Guilielmus Antonius Cappuyns, landbouwster te Korbeek-Dijle. Zij en haar man bouwden rond 1840 het huis waar nu Dirk Van Laer en Carine Lafortune wonen.

8 . Carolus Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, medeuitbater met zijn zus Maria Theresia van het Hof van Overbist

9 . Josephus Coeckelberghs, weduwnaar van Maria Catharina Mommaerts, landbouwer te Korbeek-Dijle, handelend als vader en wettige voogd van Maria Elisabeth en Maria Apollonia Coeckelberghs, zijn twee enige en nog minderjarige kinderen uit dit huwelijk.

Er werden ongeveer 20 ha land plus een boerderij verdeeld onder 9 kinderen voor een totale waarde van 84.409 fr, waarbij elk kind een waarde erfde van 9.378,77 fr. Alle erfgenamen staan opgegeven als landbouwer of landbouwster. Zo werden mooie landbouwbedrijven totaal versnipperd.

Op 24.11.1862 gaan Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) en zijn zus Maria Theresia een lening aan op 10 jaar van 3.000 fr van een particulier in Leuven voor notaris Vanorshoven in Tervuren “in geldmunten, hier geteld en waarlijk afgegeven”, ieder voor de helft, aan 5 % ’s jaars. Zij gaven elk een perceel land van respectievelijk ongeveer 1 ha en ongeveer 74 a in onderpand. Mogelijk kochten zij met het geld eigendommen van één van hun broers of zus Maria Coleta om het familiebezit te vrijwaren.

Op 1.12.1873 sluit Joannes Franciscus Mommaerts (Jan Cisses) een huurovereenkomst (het jachtrecht niet inbegrepen) met Guilielmus Vancampenhout, koopman in gist te Charleroi voor een termijn van 12 jaar vanaf 30.11.1873 tot 30.11.1885, voor twee percelen, samen 1ha 82a 23 ca, voor de jaarlijkse pachtprijs van 250 fr in gangbare gouden of zilveren munten. Pachtprijs per ha: 137,19 fr.

Op 30.5.1885 wordt de nalatenschap van Joannes Franciscus Mommaerts en zijn vrouw Maria Catharina Vermeulen verdeeld onder hun kinderen:

  • Coletta (1848-1891)
  • Josephus (1850-1931)
  • Philippus (1852/ + vóór 1888)
  • Angelica (1857-1890)
  • Maria (1861-1893)

toen allen ongetrouwd, landbouwers en samenwonende te Korbeek-Dijle.

De nalatenschap omvatte:

  • onroerende goederen: 2ha 77a 65ca + een huis met aanhorigheden, samen geschat op 13.122 fr. Voor ieder kind: 2.624,40 fr.
  • roerende goederen: vee, paarden, meubels, landbouwgetuig, graan en vruchten op het veld, geschat op: 6.278 fr, min een passieve massa van 8.057,58 fr geeft een negatief saldo van -1.779,58 fr of -355,92 fr per kind.

Op 3.6.1885 schreef Coletta Mommaerts haar testament te Korbeek-Dijle, en dat wordt geregistreerd op 25.3.1891, elf dagen na haar dood op 14.3.1891. Zij geeft al wat zij op hare sterfdag zal nalaten aan haar broers Philippus en Josephus en haar zus Maria en aan de langstlevende onder hen indien er één of meerdere voor haar zouden sterven.

Op 27.4.1900 is er de deling tussen Jozef Mommaerts, Jan Baptist Sterckx (weduwnaar van Angelica Mommaerts), handelende als vader en wettige voogd van Frans en Maria Sterckx, en Jozef Van Geel (weduwnaar van Maria Mommaerts), handelende zo in eigen naam dan als vader en wettige voogd van Herman Van Geel.

De te verdelen goederen zijn:-1ha land in het Overhoutveld

-89a land in de Pompdelle

De verdeling gebeurt als volgt:

– Jozef Mommaerts krijgt:    -74a 72ca in het Overhoutveld

-35a 44ca in de Pompdelle

– Jozef Van Geel krijgt:     -25a 28ca in het Overhoutveld

-21a 97ca in de Pompdelle

– Frans en Maria Sterckx krijgen (ieder voor de helft): 31a 59 ca in de Pompdelle.

De reeds versnipperde goederen van het Hof van Overbist worden nog maar eens versnipperd.

De Mommaerts’en in de politiek

Zoals we reeds schreven was Franciscus Ludovicus Mommaerts (1768-1844) schepen van 1830 tot 1836 onder burgemeester Carolus De Coster. Hij was lid van het Bureel van Weldadigheid van 1819 tot aan zijn dood in 1844.

Bij de verkiezingen van 1839 wordt zijn zoon Joannes Franciscus (Jan Cisses) (1808-1885) tot gemeenteraadslid verkozen. Hij blijft het tot 1860. Op 2.12.1846 wordt hij ook lid van het Bureel van Weldadigheid. Na de verkiezingen van 10.10.1857 wordt Jan Cisses schepen, naast Jef Coeckelberghs, onder burgemeester Remi Prosper Honnorez.

Vanaf begin 1860 blijft Jan Cisses afwezig op de gemeenteraad. Wegens ziekte? Hij overlijdt nochtans pas in 1885.

Na de verkiezingen van 1860 komt zijn broer Philippus (Fluppes) (1804-1869) in zijn plaats als raadslid en schepen en ook als lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1869 komt Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes) (1839-1910) als schepen in de plaats van zijn vader die overlijdt op 19.10.1869. Hij neemt ook diens plaats in in het Bureel van Weldadigheid.

Na de verkiezingen van 1872, toen Joseph Honnorez burgemeester werd, bleef Soeë va Fluppes schepen.

Na de verkiezingen van 1881 degradeerde Soeë va Fluppes tot gewoon gemeenteraadslid.

Na het ontslag van burgemeester Joseph Honnorez eind 1883 wordt Soeë va Fluppes opnieuw schepen vanaf 24.2.1884. Vanaf 31.8.1884 treedt hij op als burgemeester en op 22.12.1884 wordt hij benoemd tot burgemeester. Hij overlijdt op 15.3.1910, na ruim 25 jaar burgemeesterschap.

De boer op het Hof van Coeckelberghs in het begin van de jaren 1900, Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) (1850-1931) had een neus voor zaken doen in de landbouwwereld. Op 28.11.1905 geeft de gemeenteraad een gunstig gevolg aan zijn vraag voor “het oprichten van eenen graanvuurmolen met moteur van 15 paardenkracht gestookt bij middel van petrololie”, in een gebouw palende aan zijn huis, om het graan van de inwoners te malen.

Na de verkiezingen van 20.10.1907 doet Jozef Mommaerts (Jef va Jan Cisses) daarenboven zijn intrede in de gemeenteraad en hij wordt meteen verkozen tot schepen.

Op 15.3.1910 overlijdt burgemeester Joannes Franciscus Mommaerts (Soeë va Fluppes). Schepen Engelbert De Greef (den Ingel) treedt dan op als dienstdoende burgemeester en vanaf 12.5.1910 als officieel benoemde. Schepen Jozef Mommaerts wordt aangeduid om de functies van ambtenaar van de burgerlijke stand te vervullen. Hij doet dit van april 1910 tot eind 1919. Hij was ook lid van het Bureel van Weldadigheid.

Na het overlijden van burgemeester Engelbert De Greef wordt Jozef Mommaerts burgemeester benoemd op 15.11.1919 en hij blijft het tot 19.7.1921. Daarna wordt hij gewoon gemeenteraadslid en op 25.10.1925 opnieuw schepen, wat hij blijft tot aan zijn dood op 12.6.1931.

Zijn zoon Louis Mommaerts (1892-1977) wordt gemeenteraadslid van 23.2.1936 tot eind 1938. En daarmee stopten de politieke activiteiten van de Mommaerts’en.

Louis Mommaerts (de Pachter va Coeckelberghs) was ook de laatste landbouwer van het geslacht Mommaerts in Korbeek-Dijle.

 

Cyriel Letellier