De Sint-Pieterskerk: 10 eeuwen Bouwgeschiedenis in vogelvlucht (deel 3)

Nadat de afbraak van de kerk door de Koninklijke Commissie voor Monumenten wordt geweigerd, wordt ook de bouw van een nieuwe kerk afgewezen.

  • 1896: het probleem van de te kleine kerk wordt weer opgerakeld door pastoor J.E. Kuyl: de parochie telt 1846 zielen, de kerk biedt maar plaats aan 600 gelovigen. De Leuvense architect Pieter Langerock dient twee voorstellen in voor de vergroting van de bestaande kerk die allebei worden afgewezen door de Koninklijke Commissie voor Monumenten;
  • 1903-1909: Nadat een deel van het stucwerkplafond boven het doksaal loskomt, plaatst architect Pieter Langerock nieuwe houten plafonds in het kerkschip en in het priesterkoor van de kerk;
  • 1934-1935: grootscheepse restauratie van de kerk onder leiding van Prof. Kan. Raymond Lemaire en architect F. Vandendaele, met als doel:
    • de algemene verbetering van de bouwfysische toestand van de kerk;
    • de maximale herstelling van haar Romaans karakter.
    • De wankele noordelijke zijbeukmuur wordt afgebroken en stevig heropgebouwd;
    • De Romaanse vensters van de zijbeuken worden naar authentieke resten hersteld;
    • De dakhelling van de bedaking van het priesterkoor en de apsis wordt teruggebracht van 48° naar 38°;
    • Bouw van de nieuwe sacristie langs de zuidzijde van het priesterkoor en opening van de herontdekte paradijspoort;
    • Het interieur wordt van zijn pleisterdecor ontdaan en opgefrist.
  • 1 februari 1937: de Sint-Pieterskerk wordt bij Koninklijk Besluit beschermd als monument (na voorgaande klassering als monument 3deklasse in 1896);
  • 1967: de meest recente grootschalige herstellingswerken aan de bedaking en het buitenmetselwerk;
  • 1993-1996: restauratie van het Lambert-Corneille Van Peteghemorgel, aanleg van vloerverwarming en nieuwe vloer in natuursteen, restauratie van het meubilair en de schilderijen, opfrissing van het gehele interieur;

 

  • Vanaf 2005-2006: voorbereiding van een nieuwe grote restauratie van het exterieur van de kerk.

 

Johan Breugelmans