De Sint-Pieterskerk: 10 eeuwen Bouwgeschiedenis in vogelvlucht (deel 4)

ENKELE TOPSTUKKEN UIT HET KUNSTPATRIMONIUM VAN DE SINT-PIETERSKERK:

Het orgel en de orgelkast met de doksaalballustrade (1829-1831)

Dit mooie instrument kan met absolute zekerheid aan de Gentse orgelbouwer Lambertus-Cornelius (of Lambert-Corneille) van Peteghem (°Gent 1779 – †Waarschoot 1855) worden toegeschreven. De orgelbouwer liet immers in het linkerdeel van de windlade van het groot-orgel de inscriptie na L. Van Peteghem Fecit à Gand Novem. 1829.Zoals gebruikelijk in die tijd werd het instrument gebouwd door een orgelmaker, maar werd de bouw van de orgelkast, het meubel waarin het orgel geplaatst werd, overgelaten aan een schrijnwerker, meubelmaker of beeldhouwer, die werkte volgens een plan dat werd opgesteld door de orgelbouwer of door een architect. Uit de kerkrekeningen van de Sint-Pieterskerk blijkt dat de schrijnwerker Petrus Van Goubergen uit Tildonk al vóór 2 augustus 1829 met de bouw van deze orgelkast was begonnen en deze in december van dat jaar had afgewerkt. Men had in het atelier Van Goubergen ongeveer 17 weken aan het meubel gewerkt. De opbouw ervan in de kerk nam nog eens 2 weken in beslag.

De betaling van deze werken door Petrus Couckelberghs, penningmeester van de kerkfabriek van Bertem, had plaats op 10 januari 1830. Ook het beeld van koning David bovenop het orgel en de balustrade op het doksaal was van de hand van Van Goubergen. Deze laatste moet kort na de uitvoering van deze werken overleden zijn, aangezien bij de uitbetaling van 4 mei 1831 zijn weduwe het geld ontving.

Uit de kerkrekeningen kan verder worden afgeleid dat Lambert-Corneille Van Peteghem het orgel in de Sint-Pieterskerk heeft opgebouwd in de maand mei 1830. Mogelijk was zijn oudere broer Petrus-Carolus (of Pieter-Charles) hierbij betrokken, want het was aan deze laatste dat op 24 januari 1831 de kostprijs der werken – vijfhonderd gulden Brabants Courant – werd uitbetaald. Het werkterrein van de broers lag hoofdzakelijk ten westen van Gent en opdrachten in de andere richting van het land waren eerder uitzonderingen: Sint-Pieters-Rode (1817); Leuven, Sint-Pietershospitaal (1828); Bertem (1829). Het Lambert-Corneille Van Peteghem-orgel van Bertem is ingebouwd in de doksaalbalustrade. Het bovengedeelte van het front bevat sprekende pijpen (van het Prestant-register), daarachter bevindt zich op dezelfde hoogte de windlade met het binnenpijpwerk. Het kleine front in de voet van het meubel bevat slechts stomme pijpen. Dit schijnfrontje moest de indruk wekken dat zich daarachter een Positief-werk (tweede klavier) bevond. Het instrument telt 12 registers en twee accessoire-spelen. Het heeft één manuaalklavier, ingebouwd in de rugzijde, en er is geen pedaalklavier. Het handklavier heeft 54 toetsen, van C tot f3.

Het schilderij ‘de heilige Eligius, bisschop van Noyon en Doornik, patroonheilige der smeden’ van Lambert Blendeff (1686)

Dit schilderij (olie op doek, 143 x 185 cm) werd in 1686 in opdracht van de kerkmeesters van de Sint-Pieterskerk geschilderd door Lambert Blendeff (°Luik ca. 1650 – †Leuven 1721). Het was een altaarstuk voor een nieuw barokaltaar ter ere van de Heilige Elooi dat in datzelfde jaar in de kerk was geplaatst. Lambert Blendeff, een Luikenaar die op jonge leeftijd naar Leuven was uitgeweken, maakte er vooral naam als schilder van religieuze onderwerpen en als portrettist. Hij was de officiële schilder van de stad en was ook als iconograaf en portretschilder verbonden aan de Leuvense universiteit.

De vele opdrachten die Blendeff ontving vanwege de stad, de universiteit en de Leuvense kloostergemeenschappen (o.a. van de Jezuieten en de Norbertijnerabdij van Park in Heverlee) legden hem geen windeieren en maakten van de schilder een welgestelde burger. In 1707 kocht hij voor de ronde som van 4.000 gulden het huis de Gulden Fonteynin de Tiensestraat, een ruime patriciërswoning die hij al sedert 1680 bewoonde. Hij zou er ook overlijden. Lambert Blendeff werd begraven op het voormalige kerkhof van de Sint-Michielskerk.

Tot voor kort werd nog aangenomen dat dit schilderij in 1819 werd geschilderd door Jan-Baptist van der Hulst (°Leuven 1790 – †Brussel 1862). Naarmate in de winter van 1993-1994 de restauratiewerkzaamheden aan het schilderij vorderden, kwam restaurateur Pierre Masson van het atelier Salv’ Artes in Leefdaal stilaan tot de overtuiging dat het hier om een veel ouder werk ging uit het laatste kwart van de 17deeeuw. Archiefonderzoek in de kerkrekeningen kon deze stelling bevestigen en liet toe het doek met zekerheid aan Blendeff toe te schrijven. Verder bracht dit onderzoek aan het licht dat Blendeff’s ‘Sint-Elooi’ in 1819 werd weggenomen uit het altaar toegewijd aan deze heilige. Het schilderij werd vervolgens door Jan-Baptist van der Hulst gerestaureerd en naar een andere plaats in de kerk overgebracht.

Johan Breugelmans