Viering 11 november in Korbeek-Dijle

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hierna de toespraak die ik gehouden heb, na de viering in de kerk, buiten op het kerkplein: 

Dames en Heren, 

Op 11 november 1918 om 11 uur kwam er officieel  een einde aan de Eerste Wereldoorlog. In een treinwagon in een bos bij het Franse stadje Compiègne, ongeveer tachtig kilometer ten noorden van Parijs, werd die dag om 5 uur ’s nachts het wapenstilstandsakkoord ondertekend. Voor de Fransen tekende maarschalk Foch, voor de Britten admiraal Wemyss en voor de Duitsers politicus Matthias Erzberger.

Bij Compiègne staat vandaag de dag een replica van de historische treinwagon. De originele wagon werd in de zomer van 1940 op bevel van Hitler naar Berlijn overgebracht. Kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog werd hij door SS’ers in brand gestoken.

Erzberger werd in augustus 1921 door leden van een extreem-rechtse groep vermoord. Zij beschouwden Erzberger als een landverrader omdat hij de wapenstilstand had ondertekend, maar ook omdat hij zich daarna als minister had ingezet voor de naleving van het Verdrag van Versailles (ondertekend op 22 juni 1919).

Wat gebeurde er in de laatste maanden voor de Duitse overgave?

Op 2 april 1917, nadat begin 1917 Duitse onderzeeërs onbeperkte aanvallen tegen Amerikaanse koopvaardijschepen hadden uitgevoerd, verklaarde het Amerikaanse Congres, op vraag van president Woodrow Wilson, de oorlog aan Duitsland. Maar Wilson wilde vooral een vredesakkoord, en zo kwam de Amerikaanse hulp slechts traag op gang.

Het definitieve keerpunt in de oorlog kwam er op 8 augustus 1918 toen maarschalk Foch bij Amiens een aanzienlijk deel heroverde van de “zak” die de Duitsers tijdens het maartoffensief hadden gevormd.

Ook deed zich de superioriteit van de westelijke mogendheden op het punt van oorlogsmateriaal gelden. De Duitsers hadden namelijk geen antwoord op de geallieerde tanks. Daarbij kwam, dat met het verstrijken van de tijd steeds talrijker troepen uit Amerika arriveerden. In juni 1918 stonden er reeds 1.200.000 Amerikaanse soldaten op Franse bodem.

Maar de voornaamste oorzaak van de Duitse ineenstorting was de binnenlandse toestand. Door de Britse blokkades op zee was de toevoer van levensmiddelen naar de Duitse havens afgesloten en de honger had geleidelijk de Duitse volksgezondheid ondermijnd. Allerwegen heersten ontberingsziekten, en tuberculose verspreidde zich onder brede lagen van de bevolking. De toestand werd nog slechter toen in de nazomer van 1918 de “Spaanse griep” uitbrak. En na de oktoberrevolutie van 1917 in Rusland begon de bolsjewistische propaganda door te werken onder de Duitse arbeidersbevolking.

Plotseling ontlaadde alle gistende onrust zich in een volksopstand naar Russisch voorbeeld. Toen op het allerlaatst van de oorlog het bevel de marinebasis in Kiel bereikte, dat de vloot moest uitvaren om een gevecht met de Engelsen uit te lokken, brak er oproer uit onder de matrozen. Enkele officieren werden vermoord. Een soldatenraad nam de macht in handen. De revolutionaire propaganda verspreidde zich snel.

Op 9 november 1918 werd keizer Wilhelm II ertoe gedwongen afstand te doen van de Duitse en de Pruisische troon voor zichzelf en zijn nakomelingen en werd de republiek uitgeroepen. De keizer vluchtte met zijn gevolg naar Nederland.

Inmiddels werden in het kamp van de westelijke mogendheden de voorwaarden voor de wapenstilstand besproken. Een Duitse commissie onder leiding van de reeds genoemde politicus Erzberger verkreeg midden onder de nog steeds voortgaande vijandelijkheden een vrijgeleide om op vijandelijk gebied het wapenstilstandsverdrag te sluiten in het bos van Compiègne. En hiermee zijn we terug bij het begin van ons verhaal.

Van Korbeek-Dijle zijn er twee soldaten niet teruggekeerd na de oorlog: Clement Honnorez (°Korb.D. 1884) en Julius Mommaerts (°Korb.D. 1891).

Clement Honnorez was een van de 33.146 Belgische soldaten die na de val van Antwerpen op 10 oktober 1914 klem geraakt waren tussen het oprukkende Duitse leger en de Nederlandse grens en gevlucht waren naar het neutrale Nederland. De Belgen werden ontwapend in Nederland en ondergebracht in tentenkampen, o.a. in Harderwijk en in Zeist. Clement Honnorez was geïnterneerd in het kamp van Zeist.

De levensomstandigheden in Zeist waren zeer slecht. Ze hadden geen riolering, wat wel erg onhygiënische toestanden veroorzaakte, het eten was er ronduit slecht en in de kantine werden woekerprijzen gevraagd. Er was de kou in de niet verwarmde tenten, terwijl de Nederlandse bewakers wel over verwarmde slaapplaatsen konden beschikken.

De geïnterneerden werden in Zeist ook gedwongen – overigens tegen de internationale regels in – om te werken en het ongenoegen bij de Belgen groeide er uit tot opstandigheid. De bom barstte toen drie Belgische militairen gesnapt werden toen ze in burgerkleding het kamp hadden willen ontvluchten en door de Nederlandse bewakers opgesloten werden.

Hun kampgenoten eisten woedend hun vrijlating en plunderden de kantine toen ze hun zin niet kregen. De opstand escaleerde de volgende dagen en bereikte een hoogtepunt op 3 december 1914, toen het niet bij schelden bleef. Er werden stenen gegooid naar de Nederlandse bewakers, die inmiddels met geweren klaar stonden en dreigden te schieten.

De bevelvoerende luitenant gaf opdracht om met scherp te schieten op de opstandelingen. Achttien gewonden en acht doden, onder wie Clement Honnorez, vielen er bij de Belgen.

Julius Mommaerts

Werd krijgsgevangen genomen in de buurt van Namen op 23 augustus 1914 en door de Duitsers weggevoerd naar het Kriegsgefangenen Lager van Hameln in de provincie Hannover.

Op 20 december 1918 werd hij per boot gerepatrieerd. Omdat de Spaanse griep was uitgebroken op de boot moest deze een tijd in quarantaine blijven liggen voor de haven van Brest in Frankrijk. Uiteindelijk is Jules Mommaerts overleden aan de Spaanse griep in het militair hospitaal van Brest op 14 januari 1919.

Om te eindigen breng ik nog een eresaluut aan alle andere Korbeekse, Bertemse en Leefdaalse oud-strijders en slachtoffers van beide wereldoorlogen.

Ik dank u.

Cyriel Letellier