Ethiopië, land met een lange geschiedenis

Gard Vermeulen schrijft ons:

Sinds enkele dagen laat ik mij warmen in de zon van Ethiopië. Dit land, zo groot als Spanje, Frankrijk en België samen, ligt halfweg Afrika, nog net ten noorden van de evenaar en aan de oostkant van het continent. Het ligt tegenover Saoudi-Arabië en Yemen, maar komt niet aan zee. Zo dicht bij de Arabische wereld is het niet te verwonderen dat er veel moslims leven. Het overgrote deel is echter Orthodox Christen. Daarover vertel ik wel eens later.

Het ontstaan van het land, of liever van het vorstenhuis, begint bij een Bijbelverhaal. De koningin van Sheba was er op gebrand om koning Salomon van Israël, zoon en eerste opvolger van Koning David, te ontmoeten. Zij had vernomen dat hij heel rijk en heel wijs was. Dus reisde ze naar Jeruzalem en kwam zeer sterk onder de indruk van deze imposante vorst. Tot daar het bijbelverhaal. Dan begint het Ethiopische koningsverhaal.

De koningin wil niet in het paleis van haar gastheer logeren maar verblijft op haar boot. Salomon, de rokkenjager, had reeds een paar honderd vrouwen en wil ook graag met haar … Hij nodigt haar dus uit voor een diner. Zij stemt toe op één voorwaarde: dat hij haar niet met geweld zou nemen. Hij stelt een tegenvoorwaarde: dat zij niets van zijn bezit zou aanraken zonder zijn toestemming vooraf. Zo gezegd, zo gedaan. De sluwerd echter laat zijn spijzen sterk kruiden en zouten. Op een wat verdwaald moment grijpt de koningin spontaan een glas water en brengt het aan haar lippen. De koning wordt kwaad want zij heeft, zo zegt hij, haar belofte gebroken en zo moet hij zich ook niet meer houden aan zijn belofte. Ze hebben dus gemeenschap. ’s Anderendaags reist de koningin af met twee koninklijke geschenken: de echte ‘Ark des Verbonds’ (waarin ooit de twee stenen tafels met de Tien Geboden bewaard werden) en een schoot vol verwachting. Uit haar wordt Menelek geboren.

Menelek I is de eerste koning van het Ethiopische vorstenhuis. Hij regeerde in Aksum rond het jaar 200 voor Christus. Een beetje eigenaardig als men historisch aanneemt dat Salomon wellicht zevenhonderd jaar eerder leefde. Maar de telkunst van de Ethiopisch-orthodoxe kerk is wel vaker wonderbaarlijk.

Het koningshuis regeerde met vallen en opstaan tot in de veertiende eeuw. Dan verpulverde het rijk, tot 150 jaar later een man opstaat en beweert dat hij afstammeling is van Menelek, zoon van Salomon. Hij brengt de kleine rijkjes weer tot eenheid.

Bij het begin van de zeventiende eeuw bekeert keizer Susenyos I zich tot het Rooms-katholicisme en eist dat zijn onderdanen zouden volgen. Die blijven hun oude geloof trouw, komen in opstand en 20 000 rebellen worden gedood. De protestbeweging kiest Fasilides, zoon van de keizer, tot nieuwe vorst. De jonge keizer sust het volk, blijft orthodox christen, verhuist de hoofdstad meer naar het centrum van het land, naar Gondar, bouwt er zijn burcht en acht orthodoxe kerken in de omgeving.

Elk van zijn zeven opvolgers bouwt telkens een eigen paleis zoals bij ons de kinderen ook telkens een nieuw huis bouwen en het ouderlijke ontvluchten. Zo staan er nu in het park zeven kastelen. Maar keizer zijn in die tijd is vaak een zeer kortstondige job, meestal korter dan een jaar. Een van de uitzonderingen was muziekliefhebber, een andere koos voor de jacht. Die laatste liep daarbij gele koorts op. Doodziek werd hij verzorgd door de fraaie dochter van de boer waar hij logeerde. Toen hij wonderlijk genezen was, keerde hij terug naar zijn paleis, vroeg de dochter om hem ook hier liefderijk bij te staan. Hij huwde haar en toen hij vroegtijdig overleed, was zijn zoon te jong om te regeren. Daarom nam de weduwe de macht over en bouwde haar eigen kasteel, een subtiel voorbeeld van Italiaanse elegantie.

Toen in 1866 het Suezkanaal open ging, wilden vele Europese machten een deel van de koek. Italië liet het oog vallen op Abessinië, toen nog de naam van het huidige Ethiopië. Het begon met handelsrelaties, schakelde over naar politieke druk en eindigde met macht. In 1896 werd het Italiaans leger echter verslagen door het Ethiopische onder leiding van Menelik II. Dat is nog steeds de enige keer in de geschiedenis dat een Afrikaans leger een Europees heeft klein gekregen. Onder Mussolini hadden de Italianen meer succes in 1935. Na het uitbreken van de wereldoorlog was Italië in het vijandelijke kamp van de Britten terecht gekomen en die laatsten verjoegen hen uit Ethiopië al in 1941. Met uitzondering van de zesjarige bezetting heeft dit land nooit vreemde overheersing gekend!

Ik ben al te lang bij de politiek gebleven. Laat me nu een van de prachtige plekken tonen van het noorden: De watervallen van de Blauwe Nijl. Deze arm van de Nijl ontspringt in het Tanameer en maakt dan een grote bocht naar het zuiden vooraleer af te stevenen naar het noorden, als een groot omgekeerd vraagteken. Onderweg davert er een majestueuze waterval in de diepte. Dankzij een overvloedig regenseizoen is dit nu een groots juweel in een landschap dat zich al prachtig ontvouwt in en rond de grote slenk. De aarde scheurt immers langzaam open van hier tot bijna in Zuid-Afrika. Het oosten drijft weg van het grootste stuk van het werelddeel, met een snelheid van zo’n drie centimeter per jaar. Daardoor ligt er een diepe put in dit land, terwijl het hier 2400 meter boven zee ligt.

Nog hoger reikt het Siemen-gebergte. Vandaag ben ik gaan wandelen op 3200 meter hoogte. Niet zo erg ver (4,5 km) en niet zo erg lang (1.30 u) maar wel langs smalle en moeilijke rotsachtige paden, dus vrij vermoeiend. Deze streek is over miljoenen jaren gevormd door vulkaanuitbarstingen en gletsjers. Daardoor biedt het prachtige uitzichten van groene glooiingen en steile rotsmuren. Het is bebost met giftige of doornige struiken.

Er leven vooral roodhart bavianen, soms in kleine families en soms in grote kuddes. Op de middag zag ik er twee of driehonderd samen grazen. Inderdaad, dit is een soort die vooral leeft van gras. Hun proteïnen komen vooral van de vlooien die ze bij elkaar vangen en opeten. Nog een eigenaardigheidje: ze kunnen nauwelijks in bomen klimmen; maar voelen zich thuis op steile bergwanden. Aan de overkant van de weide op een talud amuseerden zich twintig jonge apen met buitelen, rennen, plagen, springen en elkaar van het plateau duwen. De slachtoffers tuimelden tien meter diep, rollebolden verder, stonden op en klommen weer omhoog. Daarbij sprongen ze soms wel driemaal hun lichaamslengten hoog, klampten zich vast aan de rand en begonnen weer opnieuw. Ze duwden elkaar, grepen mekaar vast, trokken aan elkaars lange staarten en speelden verder. Dan rolden ze soms voor eigen plezier van de kant af. Een komische film van Laurel en Hardy is klein bier bij dit vergeleken.

Morgen vertrek ik naar het festival, zeg maar: kermis, in Axum. Men viert er O. L. Vrouw van Zion. Volgende keer praat ik wat over dat festival en over de geloofsbeleving van de Ethiopische christenen.

 

Hierbij schenk ik je twee foto’s: een zicht op de waterval van de Nijl en een van het paleis van de keizerin.

Tot later.

Gard.