“Je mag alles van me weten behalve mijn pin-code.” (PIETER VAN WETTEN)

Als quote kan dat wel tellen. Pieter van Wetten, verantwoordelijk voor ‘gemeenschapsopbouw’ in de regioploeg van Leuven, is rad van tong. Heeft dit iets te maken met het gegeven dat hij Nederlander is?

Pieter woont al vijf jaar in België en voelt zich goed thuis in Leuven. Na zijn middelbare studies ging hij onmiddellijk aan het werk. Het verlangen om te studeren groeide later. Een studiekeuze maken vond hij niet evident. “Waarom zou je niets doen met geloof, dat interesseert je zo?!,” opperde vader. Ja, waarom niet?! Er was maar één theologische hogeschoolopleiding in Nederland. Via Google kwam hij bij de KULeuven uit. Wat hij op de websites kon lezen leek interessant. Naar het buitenland gaan studeren leek een stevige uitdaging. Opnieuw gaan studeren – het werd theologie en religiewetenschappen – zou hem tevens uit zijn comfortzone halen. Op kot gaan in het Hollands College al evenzeer. Studeren combineerde hij met verschillende baantjes wat hem recht op examenspreiding gaf. Zijn laatste jaar werkte hij tevens halftijds al voor het Vicariaat Brussel Nederlands en toen hij vernam dat er een vacature was voor een voltijdse betrekking in het Vicariaat Vlaams-Brabant/Mechelen, was de stap snel gezet.

“Dit zorgt op zich al een bredere kijk op Kerk zijn. Je wordt als katholiek in Nederland uitgedaagd om een eigen identiteit te vinden tegenover de grote protestantse aanwezigheid. De Nederlandstalige Brusselse Kerk is dan weer een klein broertje binnen de grote verscheidenheid van bevolkingsgroepen, godsdiensten en talen.” En nu mag Pieter volop ons vicariaat verkennen. Dat hij stevig geworteld staat in de christelijke traditie vindt hij als een pluspunt. Krampachtig vasthouden aan alles wat het verleden aan ons overlevert, vind hij niet de goede weg. “Doch zonder traditie verlies je houvast”, stelt hij; “je moet niet alles gaan verzinnen.”
Zijn diensthoofd in Brussel bracht de vacature voor de Regioploeg onder zijn aandacht. Hij kandideerde onmiddellijk. Dit zou voor hem een nieuwe test worden om te groeien in geloof en in professionaliteit. Gemeenschapsopbouw leek hem een goede invalshoek, juist vanuit die verscheidenheid aan kerkervaring die hij al opdeed. “Ik moet wel mijn assertiviteit als Nederlander wat in toom houden. Ik zeg vaak waarop het slaat. Dat schrikt soms af. Vlamingen zijn over het algemeen zachter in de omgang. Anderzijds heeft dit ook voordelen. Dat je de dingen die er toe doen of die moeilijk liggen benoemt, brengt het gesprek tussen mensen soms op gang.”

Gemeenschapsopbouw is niet altijd evident. Zeker in tijden van verandering of herstructurering. Uitspraken als ‘We hebben het altijd zo gedaan’ of ‘Zo hebben wij het hier nog nooit gedaan’ werken meestal remmend. Waar kerk-zijn vroeger een éénduidige en één-zinnige realiteit was, zien wij hoe er meer manieren en momenten zijn om het christen-zijn vandaag te beleven.”
Het begrip ‘zondagsgemeenschap’ dat het Vicariaat naar voor schuift, vind ik wel een interessant begrip. Mensen moeten frequent kunnen samenkomen om in contact te komen de persoon van Jezus van Nazareth. Hoe kan je anders getuigen van de boodschap en de navolging van Jezus? Waar groeit er anders engagement? Of wordt het gevoed? Anderzijds is het duidelijk dat je mensen niet vooruithelpt met alles en nog op te leggen.

Pieter voelt zich goed in Vlaanderen, zoals Paul van Vliet zingt. Hij koester de vriendschappen die hij in Nederland heeft nog steeds. Net als hij zijn vriendschappen met mensen hier koestert. En soms kan het gebeuren dat je een stukje van het gelaat van God in mensen ziet, een bepaalde goedheid. Dat maakt een mens steeds beter. En dan denk je “Zo zou het altijd moeten zijn.”
Nog een slotwoord? “Ik probeer alvast de gezelligheid en mijn directheid te laten samen gaan.. Ik heb niet alle antwoorden; Ik wil graag gewoon tussen de mens staan en tochtgenoot zijn. Zeker met de mensen die ik nog later op het pastorale veld mag ontmoeten.”

Deken Patrick