KERK IN NOOD Met creativiteit en godsvertrouwen tegen de crisis

Kerk in Nood ondersteunt het werk van de Kerk tijdens de coronapandemie. Corona is niet alleen maar een medisch, maatschappelijk of economisch probleem, het is ook een pastoraal probleem. De wereldwijd actieve pauselijke stichting en katholieke hulporganisatie Kerk in Nood heeft sinds het uitbreken van de pandemie talrijke solidariteitsbetuigingen van projectpartners overal ter wereld gekregen, maar ze werd ook op de hoogte gebracht van de toenemende noden en de heldhaftige inzet van priesters en kloosterlingen in de strijd tegen het coronavirus. Als antwoord daarop heeft de hulporganisatie een speciaal programma in het leven geroepen om deze inzet te versterken. Tobias Lehner heeft met Regina Lynch, verantwoordelijke van de projectafdeling van Kerk in Nood, gesproken over de actuele hulpmaatregelen en over de inzet van de Kerk inde coronacrisis. Welke noden worden door de projectpartners van Kerk in Nood tijdens de coronacrisis het vaakst aangehaald? Van onze projectpartners in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Centraal- en Oost-Europa krijgen wij niet bijzonder veel berichten die betrekking hebben op medische noden en behoeften, maar veeleer op de uitwerkingen die de opgelegde beperkingen op het dagelijkse leven van de Kerk hebben. De regeringen van de meeste landen waar Kerk in Nood de lokale Kerk ondersteunt, hebben dezelfde beperkingen opgelegd die ook hier in de donorlanden gelden. Dit betekent met andere woorden een verbod op openbare bijeenkomsten, ook Misvieringen, en een sluiting van de scholen. Verder wordt ook benadrukt dat steeds meer mensen moeilijkheden ondervinden om in hun levensonderhoud te voorzien omdat ze geen inkomen meer hebben. In vele van die landen zijn de christenen in de minderheid – waarbij ze soms ook worden vervolgd – en behoren ze tot de onderste lagen van de samenleving.

De Kerk wordt vooral bijzonder hard getroffen door het feit dat er geen openbare Misvieringen mogen plaatsvinden en dat er geen mogelijkheid bestaat om in de parochies de gebruikelijke pastorale en sociale programma’s te organiseren. In vele van onze partnerlanden zorgde de collecte tijdens de zondagsmis ervoor dat de geloofsgemeenschap kon overleven. Het geld dat bij de collecte wordt opgehaald – en dat vaak wordt vervangen door giften in natura, zoals kippen, groenten, rijst enz. – zorgt ervoor dat de priester iets te eten heeft, de in de parochie actieve kloosterzusters kan betalen en brandstof voor zijn motorfiets kan kopen om de zieken te kunnen bezoeken of dat hij nog een weinig geld overhoudt om de armste parochianen te helpen. Welke zijn de centrale thema’s van de hulpverlening van Kerk in Nood met betrekking tot de pandemie? Als pastorale hulporganisatie wil Kerk in Nood de lokale Kerk ondersteunen om haar voornaamste taak te vervullen, namelijk Gods Liefde en Gods Woord naar de mensen brengen en ervoor zorgen dat ze bij de vervulling van die opdracht niet wordt gehinderd door een gebrek aan financiële middelen. Dat betekent dat wij middelen ter beschikking stellen om in het levensonderhoud te voorzien van de priesters en van de kloosterzusters in de actieve en de contemplatieve gemeenschappen. Wij blijven ook de priesterseminaries ondersteunen, aangezien in vele gevallen ook de seminaristen het uitgaans- en contactverbod moeten naleven en hun rector niet over de noodzakelijke middelen beschikt om hen te onderhouden. Zo heeft de rector van het priesterseminarie in Goma, in de Democratische Republiek Congo, bijvoorbeeld, zich met een hulpkreet tot ons gewend omdat hij niet langer op de lokale bevolking kan rekenen om levensmiddelen voor de seminaristen te krijgen. In andere landen, bijvoorbeeld in Chili en in Oekraïne, hebben wij financiële middelen ter beschikking gesteld voor mondmaskers en beschermende kledij voor priesters, zusters en seminaristen, die nog altijd bezoeken brengen aan hun parochianen, in het bijzonder aan de zieken en stervenden. Opdat de Heilige Mis en de Boodschap van het Evangelie door middel van televisie of radio tot bij de gelovigen thuis zouden worden gebracht, hebben wij daarnaast ook de daartoe noodzakelijke technische uitrusting gefinancierd. Ter ondersteuning van de christenen in Syrië, die na negen jaar oorlog sowieso vechten om te overleven, starten wij met een speciaal noodhulpprogramma dat elk gezin in staat stelt om levensmiddelen en beschermende uitrustingen te kopen. Ook in Pakistan, een ander land waar de christenen met discriminatie en soms ook met vervolging wegens hun geloof af te rekenen hebben, werken wij aan een noodhulpprogramma. Uit dit land krijgen wij namelijk berichten dat de christenen daar geen staatssteun krijgen. (c) Kerk in Nood Kerk in Nood heeft een hulpprogramma uitgewerkt zodat priesters en kloosterlingen de gevolgen van de coronacrisis kunnen dragen. Welke hulpmaatregelen werden tot nu toe in de praktijk omgezet en welke zijnde volgende stappen? Dankzij de gulheid van onze weldoeners hadden wij de mogelijkheid om sinds maart meer dan 385.000 misintenties ter waarde van ruim 3,1 miljoen euro aan meer dan 10.500 priesters door te geven.

Meer dan de helft van die misintenties kwamen de Kerk in Afrika ten goede. In dit continent blijft de Kerk weliswaar verder groeien en nemen de priesterroepingen toe, maar de Kerk wordt daar ook met de uitdaging van een steeds agressievere vorm van de islam geconfronteerd en krijgt daarnaast af te rekenen met nog andere conflicten en met natuurrampen. Tot nu toe hebben we de belofte gedaan om zowat 800.000 euro bestaanshulp voor kloosterzusters in alle delen van de wereld ter beschikking te stellen en wij krijgen onophoudelijk nieuwe aanvragen. Deze vorm van ondersteuning heeft altijd al bijzonder centraal gestaan in onze hulp voor Centraal-en Oost-Europa en in het bijzonder ook voor Latijns Amerika. Daar vervullen de kloosterzusters talrijke taken. Ze geven catechismusonderricht en bereiden de gelovigen in afgelegen gebieden voor op de sacramenten. Daarnaast bekommeren ze zich ook om weeskinderen, bejaarden die door iedereen in de steek worden gelaten en meisjes die in de prostitutie werden gedwongen. Een van de gevolgen van de Covid-19-crisis bestaat erin dat nu voor het eerst ook bisdommen om hulp verzoeken die zich tot nu toe zonder onze ondersteuning konden redden. Een voorbeeld hiervan is het bisdom Kamjanets-Podilsky in Oekraïne, waar de zusters normaliter door de parochiegemeenschappen worden betaald. Omdat er geen zondagsmissen zijn en de collecten dus niet worden gehouden en omdat de gelovigen hoe langer hoe armer worden, kan de bisschop de zusters niet langer ondersteunen om in hun meest levensnoodzakelijke behoeften te voorzien. Hoe staat het met de hulp in Azië, waarde coronapandemie begon? De aartsbisschop van Chittagong in Bangladesh heeft ons een dringend hulpverzoek gestuurd om de kloosterzusters te ondersteunen die in zijn aartsbisdom werken. Aangezien de scholen en opvanghuizen gesloten zijn, kunnen de zusters hun levensonderhoud niet verdienen.

 Nog voor de crisis uitbrak, volstond het kleine bedrag dat de gelovigen voor het levensonderhoud van de zusters konden bijdragen niet, maar inmiddels is de toestand echt dramatisch. In Mymensingh, eveneens in Bangladesh, hebben de zusters van het Heilig Kruis samen met de bisschop alle beschikbare geld gebruikt om de noodlijdende mensen te helpen. De zusters moeten echter ook zelf overleven en daar kan Kerk in Nood te hulp komen. Net als vele kloosterzusters in de ontwikkelingslanden onderwijzen de zusters van het Heilig Kruis in normale omstandigheden het Evangelie en brengen ze de mensen ook de noodzakelijke vaardigheden bij om uit hun schrijnende armoede te kunnen geraken. Kerk in Nood staat vanaf het prille begin niet alleen de actieve maar ook de contemplatieve kloostergemeenschappen bij. Hoe ziet hun situatie er nu uit? Inderdaad. We mogen ook de zusters van de contemplatieve orden niet vergeten. Ze hebben vol enthousiasme deelgenomen aan onze gebedscampagne die we bij het begin van de coronapandemie hebben opgestart. Om te overleven zijn ze aangewezen op hun eigen initiatieven, die hen in staat stellen om een klein inkomen te verwerven. De karmelietessen in Santa Cruz (Bolivia), bijvoorbeeld, hebben het ook in betere tijden al bijzonder moeilijk om te overleven door het bakken van hosties voor de Heilige Mis. Wegens de opgelegde beperkingen is er nu echter helemaal geen vraag naar hosties, zodat het aartsbisdom van Santa Cruz Kerk in Nood heeft verzocht om de zusters te helpen. Het is onze bedoeling die projecten verder te zetten om de priesters en de zusters ook in de komende maanden te blijven ondersteunen. Want zelfs indien in enkele landen de openbare diensten langzaam opnieuw zullen mogen plaatsvinden, zal de economische toestand verder verslechteren en zal er meer dan ooit nood zijn aan onze hulp. In andere landen woedt de pandemie nog altijd in alle hevigheid.

 Welk project heeft een bijzondere indruk op u gemaakt wegens de manier waarop priesters en kloosterlingen de strijd tegen de coronapandemie aanbinden? De priesters in het bisdom Dolisie, in de Republiek Congo, bijvoorbeeld, die de misintenties die ze van ons hadden gekregen met hun arme parochianen hebben gedeeld. Ik ben evenzeer heel erg onder de indruk van de toewijding van talrijke kloosterzusters die ondanks alle risico’s die ze daardoor zelf lopen hun werk toch blijven voortzetten. Een voorbeeld daarvan zijn de zusters van de congregatie “Hermanas Sociales” in Cuba. Met inachtneming van de opgelegde beperkingen vinden ze niettemin mogelijkheden om hun pastoraal werk te blijven doen. Ondanks alles blijven ze voor bejaarde mensen zorgen en zich voor daklozen inzetten. Daarnaast zijn er ook de studenten van het priesterseminarie Sint-Petrus en SintPaulus in Burkina Faso, van wie de gezinnen door de terreuraanslagen intern werden ontheemd. Nu hebben ze een van hun professoren verloren, die aan de gevolgen van de virusinfectie is overleden en bovendien zijn vier van hun medestudenten besmet. We hebben hen en hun gezinnen geholpen en ondersteunen nu een programma dat erop gericht is de andere seminaristen tegen het coronavirus te beschermen. Het is ook bijzonder indrukwekkend hoeveel creativiteit de Kerk in deze crisis aan de dag legt. Van bij het begin van de pandemie was het voor bisschop Dode Gjergji in Kosovo duidelijk dat hij ondanks het verbod op openbare erediensten toch alles in het werk moest stellen om zijn gelovigen te bereiken. Hij verzocht ons om de technische uitrusting voor de uitzending van de zondagsmis vanuit de Moeder-Teresa-kathedraal in Priština te financieren. We waren blij dat we hem hierbij konden ondersteunen en heel onlangs liet hij ons weten dat tijdens de online uitzending van een Heilige Mis in het Albanees meer dan 50.000 mensen hadden ingelogd. In deze tijden mogen we de mogelijkheden van de media niet onderschatten. In Afrika, waar we verscheidene initiatieven van Radio Maria ondersteunen, moedigt de Kerk de katholieke gezinnen aan om in deze crisisperiode van de coronapandemie uit te groeien tot een huiskerk en nog intensiever samen te bidden.

Kerk in Nood is een pastorale hulporganisatie. Tijdens deze coronacrisis situeren de noden zich volgens de publieke waarneming op humanitair en medisch gebied. Hoe kunnen beide doelstellingen worden verzoend? Hoewel een medische en in talrijke landen ook een humanitaire reactie op de coronacrisis absoluut noodzakelijk is, zijn hiervoor in eerste instantie de lokale burgerlijke overheden verantwoordelijk. Wij weten dat dit in vele landen waarin Kerk in Nood hulp biedt echter niet het geval is en dat het in plaats daarvan niet-gouvernementele organisaties en de Kerk zijn die deze taken uitvoeren. Hoewel ook de dienst van de naastenliefde of van de diaconie (het zich dienstbaar opstellen) deel uitmaakt van de kerkelijke diensten, is de pastorale zorg toch van groter belang. In deze tijden van crisis hebben de mensen de Kerk meer dan ooit nodig. Ze hebben angst en weten niet wat de toekomst zal brengen. De Kerk troost hen en biedt hen zowel spirituele als materiële hulp, die niet alleen hun eigen geloofsgemeenschap ten goede komt maar het hele volk van God. We hebben net bestaanshulp voor vier bejaarde en zieke dominicanessen in de Servische stad Subotica geregeld. Hun moeder-overste schrijft ons: “De mensen in Subotica zijn heel dankbaar voor de aanwezigheid van de zusters, omdat ze een teken zijn van Gods Liefde voor de mensen, een symbool van het eeuwige leven.”