Een gedeeld huis

Vier witheren van Wonen en Werken naast de abt-witheer die de pastorie van Heverlee liet bouwen. Ze leverden keurig werk.

Delen doet goed” bloklettert Broederlijk Delen in deze vastentijd. Ik kan het onderschrijven. Sinds vorige maand is de pastorie op de Jules Vandenbemptlaan een gedeeld huis. De parochie en zone Heverlee deelt de benedenverdieping met het de Regioploeg van Leuven. Voortaan huist hier niet alleen de zetel en het archief van de kerkfabriek, vergaderen hier niet alleen kerkraad, parochieploeg en parochiale/zonale werkgroepen van Heverlee. De pastorie is tevens Regiohuis van Leuven geworden. Hier zijn de burelen van Pieter, Marie, Jonas, Peter en van mezelf gevestigd. Hier houden wij overleg, bereiden wij pastorale activiteiten voor, hebben persoonlijke ontmoetingen  of contacten met parochies, zones en federaties in hun groei naar pastorale zone.

Ik heb zelf mijn intrek op de eerste verdieping genomen. Hiervoor werd de hele familie ingeschakeld, broers en zussen, neefjes en nichtjes. En wat een geluk dat ik een grote familie heb. Het werd een stevige klus. Voor de zoveelste maal.

De verhuis van de regioploeg en mijzelf heeft wel wat op zich doen wachten gezien de perikelen rond de nieuwe woonst van deken Dirk De Gendt. Maar eens hij kon verhuizen, ging het allemaal snel. Filip Leën van de kerkfabriek coördineerde de meeste opfrissingswerken, vooral schilderwerken en kleine herstellingen. De ploeg van Wonen en Werken, net als klusjesman Bart Vanluyten en schrijnwerker Guido Van Roost voerden prima werk uit.

Het aartsbisdom deed zijn duit in het zakje. Zij lieten de twee grootste lokalen helemaal schilderen en zorgden voor een grondige beurt van de authentieke, natuurstenen vloer van de gang. Verlichting wordt nog aangepast. Verschillende meubels werd gerecupereerd uit vroegere werkruimtes van het vicariaat. Hierbij staken de leden van de Regioploeg mee de handen uit de mouwen. In het voorbije halfjaar werden meubels door hen verschillende malen gedemonteerd en verhuisd, afgewassen, opnieuw gemonteerd. Ook zij zijn uitermate blij dat de rondedans voorbij is en dat zij hun definitieve stek hebben. Alles werd afgerond met een stevige poetsbeurt.

Er is wel één grote verandering. De pastorie is voortaan rookvrij gebied. Het is een sinecure om de laatste rookslierten en -geuren van een sigaren rokende bewoner buiten te krijgen. Waarschijnlijk is dit zijn geest die hier blijft ronddwalen. Anderzijds missen velen de warme presentie van Leentje, zijn moeder. Zij was de steeds aanwezige, de receptioniste aan de telefoon, de stem aan de deurbel, de sleutelbewaarder van vele ruimtes… We hopen dat zij zich vlug thuis weet in haar nieuwe woonst te Strombeek.

Tot slot deel ik graag mijn contactgegevens. Want aansluitend bij de vastencampagne van Broederlijk Delen wil u misschien straks een boodschap delen, uw vragen, info, de kleine en grote vreugdes en zorgen van uw geloofsgemeenschap of van u persoonlijk,….Aarzel niet. Want “Delen doet goed.” Eerlijkheidswijze zeg ik er in deze vastentijd bij “Ook met het Zuiden.”

Deken Patrick Maervoet
Regiohuis Leuven
Jules Vandenbemptlaan 2
3001   Heverlee

gsm 0460.95.63.73

“Je mag alles van me weten behalve mijn pin-code.” (PIETER VAN WETTEN)

Als quote kan dat wel tellen. Pieter van Wetten, verantwoordelijk voor ‘gemeenschapsopbouw’ in de regioploeg van Leuven, is rad van tong. Heeft dit iets te maken met het gegeven dat hij Nederlander is?

Pieter woont al vijf jaar in België en voelt zich goed thuis in Leuven. Na zijn middelbare studies ging hij onmiddellijk aan het werk. Het verlangen om te studeren groeide later. Een studiekeuze maken vond hij niet evident. “Waarom zou je niets doen met geloof, dat interesseert je zo?!,” opperde vader. Ja, waarom niet?! Er was maar één theologische hogeschoolopleiding in Nederland. Via Google kwam hij bij de KULeuven uit. Wat hij op de websites kon lezen leek interessant. Naar het buitenland gaan studeren leek een stevige uitdaging. Opnieuw gaan studeren – het werd theologie en religiewetenschappen – zou hem tevens uit zijn comfortzone halen. Op kot gaan in het Hollands College al evenzeer. Studeren combineerde hij met verschillende baantjes wat hem recht op examenspreiding gaf. Zijn laatste jaar werkte hij tevens halftijds al voor het Vicariaat Brussel Nederlands en toen hij vernam dat er een vacature was voor een voltijdse betrekking in het Vicariaat Vlaams-Brabant/Mechelen, was de stap snel gezet.

“Dit zorgt op zich al een bredere kijk op Kerk zijn. Je wordt als katholiek in Nederland uitgedaagd om een eigen identiteit te vinden tegenover de grote protestantse aanwezigheid. De Nederlandstalige Brusselse Kerk is dan weer een klein broertje binnen de grote verscheidenheid van bevolkingsgroepen, godsdiensten en talen.” En nu mag Pieter volop ons vicariaat verkennen. Dat hij stevig geworteld staat in de christelijke traditie vindt hij als een pluspunt. Krampachtig vasthouden aan alles wat het verleden aan ons overlevert, vind hij niet de goede weg. “Doch zonder traditie verlies je houvast”, stelt hij; “je moet niet alles gaan verzinnen.”
Zijn diensthoofd in Brussel bracht de vacature voor de Regioploeg onder zijn aandacht. Hij kandideerde onmiddellijk. Dit zou voor hem een nieuwe test worden om te groeien in geloof en in professionaliteit. Gemeenschapsopbouw leek hem een goede invalshoek, juist vanuit die verscheidenheid aan kerkervaring die hij al opdeed. “Ik moet wel mijn assertiviteit als Nederlander wat in toom houden. Ik zeg vaak waarop het slaat. Dat schrikt soms af. Vlamingen zijn over het algemeen zachter in de omgang. Anderzijds heeft dit ook voordelen. Dat je de dingen die er toe doen of die moeilijk liggen benoemt, brengt het gesprek tussen mensen soms op gang.”

Gemeenschapsopbouw is niet altijd evident. Zeker in tijden van verandering of herstructurering. Uitspraken als ‘We hebben het altijd zo gedaan’ of ‘Zo hebben wij het hier nog nooit gedaan’ werken meestal remmend. Waar kerk-zijn vroeger een éénduidige en één-zinnige realiteit was, zien wij hoe er meer manieren en momenten zijn om het christen-zijn vandaag te beleven.”
Het begrip ‘zondagsgemeenschap’ dat het Vicariaat naar voor schuift, vind ik wel een interessant begrip. Mensen moeten frequent kunnen samenkomen om in contact te komen de persoon van Jezus van Nazareth. Hoe kan je anders getuigen van de boodschap en de navolging van Jezus? Waar groeit er anders engagement? Of wordt het gevoed? Anderzijds is het duidelijk dat je mensen niet vooruithelpt met alles en nog op te leggen.

Pieter voelt zich goed in Vlaanderen, zoals Paul van Vliet zingt. Hij koester de vriendschappen die hij in Nederland heeft nog steeds. Net als hij zijn vriendschappen met mensen hier koestert. En soms kan het gebeuren dat je een stukje van het gelaat van God in mensen ziet, een bepaalde goedheid. Dat maakt een mens steeds beter. En dan denk je “Zo zou het altijd moeten zijn.”
Nog een slotwoord? “Ik probeer alvast de gezelligheid en mijn directheid te laten samen gaan.. Ik heb niet alle antwoorden; Ik wil graag gewoon tussen de mens staan en tochtgenoot zijn. Zeker met de mensen die ik nog later op het pastorale veld mag ontmoeten.”

Deken Patrick

Missiewerking Bertem

Na 28 jaar Missiewerking, gedragen door onze jaarlijkse MISSIEMAALTIJD, hebben we begin dit jaar 2.000 euro kunnen verdelen over onze vijf missieprojecten:

  • Zuster Marleen Renders (Zusters van ‘De Jacht’)    Steun aan het kwaliteitsonderwijs in GUATEMALA.
  • Pater Dries Fransen (Witte paters)   Diverse uiteenlopende projecten over gans AFRIKA.
  • Pater Xavier Lakra (Jesuïeten)   Onderwijs, drinkbaar water en zelfhulpgroepen in INDIA.
  • Pater Eric Meert (Salesianen)  Opvang van verstoten kinderen in Lubumbashi / CONGO.
  • Socofas (vzw voor medische hulp)   Operationeel houden van een dispensarium in KENIA.

Deze steun werd mogelijk gemaakt, met onze dank aan:

  • de vele vrijwilligers bij ronddragen van folders
  • de moedige bedienaars aan de tafels
  • de noeste werkers in de keuken
  • de toegewijde helpende handen
  • de trouwe culinaire bezoekers . . . . .

Ook in naam van de medewerkers uit onze projecten hartelijk dank aan de vele sympathisanten.

Uw gift is nog steeds welkom op rekening nr: BE51.0351.2409.4262 op naam van Missiewerking-Bertem

Missiewerking – Bertem (5)

SoCoFAS in Kenia

SoCoFAS (South-Coast Flying Ambulance Service of Kenya.) is een persoonlijk medisch hulpproject in de ‘bush’ van Kenia, een officiële Belgische vzw, erkend als trust in Kenya. Het omvat het operationeel houden en onderhouden van een dispensarium.

SoCoFAS geeft gratis medische verzorging aan de schoolkinderen van Maweni, een dorp in het Zuid-Oosten van Kenia. Dit omvat:

  • dagelijkse medische verzorging,
  • inentingen tegen mazelen, tetanos, polio en difterie,
  • preventie tegen malaria, typhus en aids,
  • kleine chirurgische ingrepen,
  • indien nodig, vervoer naar grotere hospitalen.

Missiewerking – Bertem (4)

Deze week stellen we u het vierde, door ons gesteunde, missieproject voor.

Project van missionaris Eric MEERT

De vzw Mutoto en de missionaris Eric Meert (Salesiaan van Don Bosco) zorgen voor de opvang van verstoten straatkinderen in Lubumbashi (Congo). Zij streven naar reïntegratie van de straatkinderen in hun families. De knelpunten in de relatie ouder-kind worden opgespoord. Ouders en kinderen worden zoveel mogelijk gesteund bij hun proces tot hereniging.

Sedert 1990 heerst er in Congo een diepe economische, politieke en sociale crisis, met als gevolg: oorlogen, plunderingen, werkloosheid en etnische spanningen.  Dit alles veroorzaakt veel druk op het voortbestaan van de traditionele gezinnen. Eén van de kwalijke neveneffecten is de problematiek van de straatkinderen.

Mutoto probeert de straatkinderen nieuwe kansen te geven.

Missiewerking – Bertem (3)

Pater Xavier Lakra

Deze week stellen we u het derde, door ons gesteund missieproject, voor:

*Project van Pater Xavier LAKRA*

° Jezuïten in INDIA °

Het belangrijkste doel van dit project is het organiseren van degelijk onderwijs.

Er is ook gezorgd voor de installaties om zuiver en drinkbaar water te bekomen in hun verschillende scholen.

In de Assam-missie worden zelfhulpgroepen opgericht om de plaatselijke bevolking te bevrijden van geldschieters, om hen sociaal en economisch zelfredzaam te maken.

Een grote doelgroep omvat de Adivasis, die van generatie op generatie in slechte omstandigheden als slaven hebben gewerkt op de theeplantages. Meer en meer kan men de ouders overtuigen van het belang van goed onderwijs, zodat de jongeren mondiger worden en meer hoop krijgen op een betere toekomst.