Opnieuw vieringen in de kerk

Op zondag 14 juni konden de zondagse vieringen hervatten in onze parochiefederatie Bertem. Alles was prima in orde gebracht door leden van onze kerkfabrieken, parochieploegen en trouwe ‘kosters’.

Er kwam wel wat werk aan te pas. De stoelen van de kerk dienden herschikt. Linten, handgel, pijlen, pictogrammen… alles stond klaar. Dank aan wie hier mee voor zorgde.

Vooral waren er vriendelijke mensen om ons de weg te wijzen in deze nieuwe situatie. Niet alleen de voetbalstadions hebben nu ‘stewards’. We waren nieuwsgierig of de meeste mensen niet bang zouden zijn om naar de zondagse vieringen te komen. De opkomst was echter bemoedigend. Iedereen was blij om te kunnen delen in dat rustpunt in onze kerken.

Er waren eucharistievieringen in Korbeek-Dijle en Bertem. In de Sint-Veronakapel was er andermaal een gebedsviering met trouwe bezoekers. In de kerk van Leefdaal wachten we nog tot zaterdag 27 juni voor de heropstart.

We hebben een lange periode moeten overbruggen. Haast drie maanden met minstens evenveel hoogdagen. Mensen probeerden dit te overbruggen met gebed in verbondenheid met de mensen die vierden via TV en internet. Voor vele thuisgebonden zieken en hulpbehoevende bejaarden is dit soms al jaren een zondags ritueel. We begrijpen nu goed hoe zij dat beleven en mogen beleven. Heel graag brengen wij een speciale groet aan hen.

We zullen de komende maanden nog ingeperkt worden door corona-maatregelen. We zullen ze verder, zo lang als nodig opvolgen. Want het gaat in de eerste plaats om de gezondheid en veiligheid van ons allen, en zeker van de zwaksten.

We mochten zien hoe iedereen gedisciplineerd meevierde. Meebidden en zacht neuriën bij de liedjes. Dit doen wij eveneens omwille van de veiligheid. En toch kunnen wij zeggen dat wij intens meegeleefde vieringen konden beleven in dat eerste weekend. Dat willen we samen verder doen.

Deken Patrick

Onze stewards boden vriendelijk handgel aan in het portaal. Iedereen kwam met mondmasker aan in de kerk binnen. Het hoeft wel tijdens de viering niet gedragen worden. Wel opnieuw bij het buitengaan.

Bij het binnen- en buitengaan kan en mag men geen wijwater nemen. Hier verhindert een kunstige strik dit.

Overal zaten de mensen verspreid over de kerk. Enkel mensen die onder hetzelfde dak wonen mogen naast elkaar zitten. Voor de anderen telt anderhalve meter afstand. Dus minstens twee stoelen.

Bij de communie was het wel even wennen. De priester draagt een mondmasker of gelaatsscherm. De dame op de foto demonstreert prima hoe het moet: de armen helemaal uitgestrekt.

Bij alle maatregelen komt de anderhalve meter op de eerste plaats. We houden afstand om de veiligheid maximaal te verzekeren.

Onze hulpbisschop over de nieuwe organisatie.

“Mgr. Koen Vanhoutte heeft net na Pasen de nieuwe organisatie aangekondigd van het vicariaat Vlaams Brabant en Mechelen. Het verdeelt het vicariaat vanaf 1 september 2019 in vier grote dekenaten, met elke een deken en een staf van enkele medewerkers. Bertem, Korbeek-Dijle en Leefdaal blijven vanzelfsprekend onder het dekenaat Leuven. Lees hieronder de volledige tekst van de brief van de hulpbisschop.”

Goede vrienden,

Op 14 februari 2019 schreef ik u over de keuze om in de nabije toekomst in ons vicariaat te werken met vier regioploegen in vier pastorale regio’s. Op die manier willen we de dienstverlening vanuit het vicariaat dichter brengen bij de pastorale zones. Ondertussen is de oprichting van de pastorale regio’s en de samenstelling van de regioploegen goed gevorderd. De regioploegen zullen hun taken opnemen vanaf 01 september 2019. Daar hun vorming reeds eind deze maand start, deel ik jullie graag de huidige stand van zaken mee. Voor één lid van de regioploeg Halle en voor één lid van de regioploeg Leuven zijn de gesprekken nog bezig. De secretarissen van de regioploegen en de regiohuizen zullen later bekend gemaakt worden.

Vanaf 01 september 2019 zullen de huidige 15 dekenaten herschikt worden tot vier pastorale regio’s, genoemd naar de grootste stad in die regio: Halle, Mechelen, Leuven en Tienen.

De regioploeg van de Pastorale Regio Halle zal bestaan uit: Marc Boulanger, deken; Kristl Van Cleemput, vormingswerker; Tine Peeters, jongerenpastor en Jean-Michel Hunt, econoom.

De regioploeg van de Pastorale Regio Mechelen zal bestaan uit: Dirk De Gendt, deken, die met ingang op 01 september al zijn huidige taken binnen het dekenaat Leuven beëindigt; Leo Van Garsse, begeleider gemeenschapsopbouw; Luc Devisscher, vormingswerker; Wouter Verlaeckt, jongerenpastor en Ann Illegems, econoom.

De regioploeg van de Pastorale Regio Leuven zal bestaan uit: Patrick Maervoet, deken, die met ingang op 01 september al zijn huidige taken in het dekenaat Herent beëindigt; Pieter van Wetten, begeleider gemeenschapsopbouw; Marie Boz, vormingswerker en Jonas Sanen, jongerenpastor.

De regioploeg van de Pastorale Regio Tienen zal bestaan uit: Luc Van Hilst, deken; Elly Mattheus, begeleider gemeenschapsopbouw; Geert Narinx, vormingswerker; Toni Berek, jongerenpastor en Ria Merckx, econoom.

De nieuwe regioploegen zullen zich voorstellen in hun pastorale regio op volgende avonden en plaatsen:

  • op 11 juni in Ter Coose, Leest voor de Pastorale Regio Mechelen
  • op 14 juni in De Pelgrim, Scherpenheuvel voor de Pastorale Regio Tienen
  • op 17 juni in De Moriaan, Alsemberg voor de Pastorale Regio Halle
  • op 18 juni in Sint-Jacob, Leuven voor de Pastorale Regio Leuven.

Er volgen nog uitnodigingen voor deze regionale ontmoetingsavonden waar ruimte zal zijn voor uitwisseling en waar we ook de kans zullen krijgen om de huidige dekens van harte te danken.

In de komende maanden zullen we met de vicariale raad ook werk maken van een zo goed mogelijke opvolging op de plaatsen waar enkele van de nieuw benoemde dekens binnenkort vertrekken.

Graag deel ik jullie ook mee dat Laurens Vangeel in dienst is gekomen als communicatieverantwoordelijke van het vicariaat. Hij is bereikbaar via volgende contactgegevens: 0476/444751 – laurens.vangeel@vlbm.be .

Ik ben dankbaar voor allen die in de regioploegen hun nieuwe taak met vertrouwen opnemen. Met diverse vormen van begeleiding zullen ze ten dienste staan van de plaatselijke pastoraal, meer bepaald in de pastorale zones (in opbouw). Mocht de Geest van de opgestane Heer hen inspireren en kracht schenken in hun dienstwerk. Dank om die intentie mee te dragen in jullie gebed.

‘k Wens jullie allen een gezegende Paastijd, met vriendelijke groeten in X°,

+ Koen Vanhoutte

Hulpbisschop Mechelen-Brussel

Gard Vermeulen schrijft ons van uit Guatemala (deel 2)

Spanjaarden zetten het land naar hun hand?

De voorbije week hebben we met het reisgezelschap doorgebracht in verschillende koloniale steden van Guatemala.

Nadat de Spaanse veroveraars de Indiaanse steden en volkeren hadden onderworpen, begonnen ze een eigen regering op te zetten. De eerste hoofdstad plaatsten ze in een bestaande stad, in Iximche, waar de bevolking hen verwelkomd had. Want de nieuwelingen hadden de bewoners bevrijd van de oude onderdrukkers. Toen twintig jaar later de soldij van de soldaten vertraging opliep uit Spanje, plunderden ze wat waarde had en staken ze alles in de fik wat kon branden.

De gouverneur met een harde kern van vertrouwelingen was al gevlucht en begon een andere hoofdstad aan de voet van een uitgedoofde vulkaan. Na een lange regenperiode stond de oude kratermond boven hen vol water. Een barst in de wand bezegelde het lot van de stad aan de voet: de vloed overspoelde huizen, straten en andere gebouwen. De ‘vuurspuwende’ berg is nog steeds best gekend met zijn spotnaam: de ‘watervulkaan’.

Derde keer, goede keer? De hoofdstad werd een tiental kilometer verder opnieuw begonnen. Prachtige gebouwen, rijke burgers, machtige kloosterordes, … tot de grote aardbeving van 1773 de stad achterliet in gruizels. De parochiepriesters en de eenvoudige paters en zusters wilden bij hun dakloze medemensen blijven en ze startten de herstellingswerken. Maar de politiek besliste de stad nogmaals te verplaatsen, dit keer naar de huidige Guatemala-stad. De vorige kreeg de naam ‘Antigua, de Oude’.

De bisschop en de kloosteroversten wilden dicht bij de macht blijven. Ze raapten alles bij mekaar wat los stond in hun ingestorte kerken en wat niet te zwaar woog, brachten het naar de nieuwe plaats en stoffeerden er de nieuwe gebedsplaatsen mee. In Antigua zijn 250 jaar later nog de sporen te merken van de katastrofe. Van de vroegere kathedraal bleef alleen de façade rechtstaan en de eerste travee, tot aan de achterste pilaren. Dat deel wordt vandaag als mini-kathedraal gebruikt. Ze zit op zondagmorgen overvol. Opdat iedereen de priester aan het altaar zou kunnen zien, staan in alle hoekjes en kanten TV-schermen opgesteld terwijl een vrijwilliger met de camera de priester probeert te volgen. Tijdens zijn preek tast zijn stem alle toonaarden af, zwaaien zijn armen in duizend richtingen en dansen zijn voeten van links naar rechts. Het is behelpen in die kleine ruimte, terwijl de restanten van de vijf beuken buiten een indrukwekkend beeld laten van wat ooit was.

 

De paters en later de zusters die door de Spaanse koning en de paus uitgestuurd waren om de heidenen (of de ‘wilden’?) te bekeren, hadden dadelijk oppervlakkig succes. Vaak trad men toe tot de kerk om zijn broodheer te plezieren. Tot vandaag noemt meer dan tachtig procent van de Guatemalteken zich christen, in overgrote meerderheid katholieken al zijn er ook heel wat protestantse kerken aanwezig, ondersteund door rijke giften uit de Verenigde Staten. De diepte en de scherpte van het christelijk geloof drongen niet altijd door in de zielen van de eenvoudige mensen. Zij baden tot een of andere heilige om een gunst te verkrijgen en klutsten hem samen met de Indiaanse God die hun voorheen dezelfde dienst bewezen had.

Zo vind ik in de kerk van Santiago de Atitlán een heilige Judas, jawel Iskarioth die Jezus verraden heeft. Wat verder in het dorp, in een kleine achteraf-kamer begint een ceremonie bij het beeld van Sint Simon (In het Spaans Santo Simon) verbasterd tot Maximóm. De gebedsleider begint met een kruisteken. Naast hem zit een architect-aannemer die graag de opdracht zou krijgen voor een groot project. Terwijl de voorganger dit met luide stem uitlegt aan het beeld, steken de helpers regelmatig de sigaret aan in de mond van de heilige. Hij is immers een verstokt roker, zoals een heer van stand past. Bij zijn stand horen ook de talrijke dassen rond zijn hals. Bij een vorig bezoek heb ik voor de ‘heilige’ een flesje brandewijn gekocht. Toen werd de heilige achterover gekanteld en de drank liep in zijn keelholte. Wat ik wist, maar niet kon zien: een plastiek buisje leidt de drank naar een fles in het binnenste van het beeld. Een half uur later ontmoette ik de helper weer op de trappen van de kerk, stapeldronken. Nu blijft de sjamaan de man naast zich ondervragen, veel wierook in de ruimte zwieren, nog meer kaarsjes aansteken en tenslotte namens de smeker een deel van de mogelijke winst aanbieden aan de machtige ‘heilige’. Uiteindelijk wordt de dienst beëindigd met een Pater Noster. Hoestend van de smoor en vol vraagtekens van ongeloof stappen we naar buiten.

Rond het jaar 1800 waren er al veel blanke en halfbloeden geboren op het nieuwe kontinent. Er waren degelijke scholen voor de opleiding, ze hadden goed zaken gedaan en waren min of meer rijk geworden. Maar de macht en de beslissingen kwamen nog steeds uit Spanje waar ambtenaren en ministers beslisten wat er ginds ver moest gebeuren, zonder dat ze ooit de streek bezocht hadden noch de gebruiken of de situaties kenden. Ongenoegen groeide in het nieuwe werelddeel tot onrust, nam toe tot rebellie en vestigde tenslotte met vallen en opstaan de eigen zelfstandigheid. Dat leidde dikwijls tot nieuwe afhankelijkheid van de Verenigde Staten, van Engeland, Frankrijk of Oostenrijk. Die hadden immers grote belangen te verdedigen tegen het armtierig Spanje.

Uiteindelijk kwam er dan zelfbestuur. De nieuwe machthebbers vergaten onmiddellijk alle beloften voor democratie en gelijkberechtiging. Bijna elke president groeide uit tot dictator, werd schatrijk tot hij werd afgezet door een of andere generaal en het rondje kon opnieuw beginnen. Deze ziekte is nog niet helemaal uitgeroeid in Zuid- en Midden-Amerika.

Ach, ach, ik besef dat ik nog niets gezegd heb over het Maya-volk. Ik probeer daar over enkele dagen nog iets aan te doen. Geniet ondertussen van je dagen.

 

Gard